Art. 27 Spoorwegwet 1875, Van het toezigt op de spoorwegen

Spoorwegwet 1875

Bij algemene maatregel van bestuur worden - met uitzondering van arbeids- en rusttijden van het personeel in dienst van een spoorwegonderneming - geregeld:

de dienst op de stations;

het toezigt over de baan en de bediening der seinen;

de inrigting van en het toezigt over de locomotieven, tenders, rijtuigen en wagens;

de zamenstelling der treinen;

de snelheid waarmede de treinen zijn te vervoeren;

het getal beambten en bedienden, op elken trein noodig;

hetgeen in het belang der orde op elken trein is in acht te nemen;

de voorwaarden voor het vervoer van goederen;

het afhalen en bestellen der goederen, en het loon daarvoor te genieten;

de behandeling der onafgehaalde of onbestelbare goederen;

de tijd waarna die goederen kunnen verkocht worden, en de wijze waarop die verkoop zal kunnen geschieden;

de beëediging van de beambten en bedienden van den spoorweg;

en hetgeen verder ter verzekering van de behoorlijke uitoefening der spoorwegdiensten en het veilig verkeer over de spoorwegen, krachtens deze wet, is voor te schrijven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen