Conclusie A-G Knigge 7 november 2006, ECLI:NL:PHR:2006:AU8060

1. Verwijderingsbevel van station voor 14 dagen o.g.v. Algemeen Reglement Vervoer (ARV). 2. Krachtens wettelijk voorschrift met enige openbare dienst belast ex art. 184.2 Sr. Ad 1. Met de Wet vervoersvoorwaarden openbaar vervoer is beoogd een geïntegreerd stelsel van (privaat- en) publiekrechtelijke bepalingen te verwezenlijken met het oog op o.m. de orde, rust en veiligheid op stations. De bepalingen van de Spoorwegwet 1875 op dit punt zouden moeten terugtreden ten gunste van Wet vervoersvoorwaarden openbaar vervoer. Het is volgens de MvT mogelijk dat, in verband met de aard van een bepaling, ook (delen van) bepalingen uit de Spoorwegwet 1875 en het ARV die zien op de orde, rust en veiligheid op stations, toch van toepassing blijven. In dit verband is van belang dat de Wet personenvervoer (WPV) 2000, gelet op de bewoordingen van art. 2.1 jo. art. 72 en 73 van die wet, het oog heeft op de reiziger en niet op degene die uit anderen hoofde op een station vertoeft. Voorschriften m.bt. orde, rust en veiligheid betreffende de reiziger zijn gegeven in art. 72, 73 en 98 WPV 2000 jo. art. 52 en 53 Besluit personenvervoer 2000. Voor anderen, onder wie verdachte, zijn de art. 5 en 7 ARV blijven gelden. Daarbij verdient opmerking dat in de op 1-1-05 in werking getreden Spoorwegwet een bepaling als art. 69a Spoorwegwet 1875 ontbreekt, terwijl art. 116.b Spoorwegwet bepaalt dat het ARV per 31-12-04 op dat art. berust. Ad 2. De tenlastelegging is, waar het Hoofd van de Dienst Spoorwegpolitie wordt aangeduid als "krachtens wettelijk voorschrift voortdurend of tijdelijk met enige openbare dienst belast", toegesneden op art. 184.2 Sr. Die tenlastelegging heeft dus, waar het om de onderhavige bevelsbevoegdheid gaat, niet het oog op een bevoegdheid die genoemd Hoofd zou hebben ontleend aan zijn hoedanigheid van ambtenaar met opsporing of toezicht belast als bedoeld in art. 184.1 Sr. De tenlastelegging kan daarom niet anders worden verstaan dan als tot uitdrukking brengend dat bedoeld Hoofd krachtens wettelijk voorschrift voortdurend of tijdelijk was belast met de "openbare dienst", in het verband waarvan de onderhavige bevelen konden worden gegeven. Een dergelijk wettelijk voorschrift is evenwel niet voorhanden. Ook al zou moeten worden aangenomen dat art. 7 ARV voldoende grondslag biedt om "bevelen" als waarvan hier sprake is te geven, en voorts dat zodanige aan de "spoorweg" gegeven bevoegdheid zich zou lenen voor mandatering, dan brengt de omstandigheid dat de Stationmanager van het station A’dam CS die bevoegdheid heeft gemandateerd aan een ambtenaar van de spoorwegpolitie niet mee dat laatstgenoemde, zoals is tenlastegelegd, "krachtens wettelijk voorschrift" is belast met de openbare dienst in het verband waarvan de bevelen zijn gegeven. HR spreekt verdachte om doelmatigheidsredenen vrij.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen