Art. 22 Spoorwegwet 1875, Van het toezigt op de spoorwegen

Spoorwegwet 1875

De in artikel 10 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd locomotieven, tenders, rijtuigen of wagens onverwijld uit een trein te doen verwijderen en het vertrek van een trein te verbieden, indien de toestand van het materieel of de zamenstelling van den trein, naar hun oordeel, voor den trein gevaar kan doen ontstaan.