Conclusie A-G Wortel 15 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2904

Bevel krachtens enig wettelijk voorschrift en ambtelijk bevel. Spoorwegwet 1875, ARV, WPV, BPV en art. 184 Sr. Verdachte heeft niet voldaan aan 2 aanwijzingen en een vordering van de Spoorwegpolitie om zich te verwijderen van het treinstation alwaar hij op een trein stond te wachten. Geklaagd wordt dat geen sprake is van een bevel dat is gegeven krachtens enig wettelijk voorschrift omdat het verwijderingsbevel was gebaseerd op art. 7 ARV, terwijl verdachte als een reiziger moest worden aangemerkt op wie de WPV van toepassing was, en dat geen sprake is van een op art. 7 ARV gebaseerd ambtelijk bevel a.b.i. in art. 184.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AU8060 t.a.v. de toepasselijke bepalingen m.b.t. reizigers en personen die uit anderen hoofde op een station vertoeven, en uit HR LJN AZ3309 t.a.v. de vereiste wettelijke grondslag voor een bevel a.b.i. art. 184.1 Sr. E.e.a. betekent dat het in zaken als i.c. van belang kan zijn of verdachte als reiziger moet worden aangemerkt dan wel als iemand die uit anderen hoofde op een station vertoeft. Het Hof heeft echter de juistheid in het midden gelaten van de stelling van de verdediging dat verdachte op het perron van het station wachtte op de trein naar Alkmaar. Daardoor zijn de op de toepasselijkheid van het ARV gebaseerde overwegingen van het Hof niet zonder meer begrijpelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen