Art. 75 RO, De Hoge Raad
Wet op de rechterlijke organisatie (RO)
1. De Hoge Raad vormt, op voorstel van de president, een of meer meervoudige kamers en, voor de gevallen waarin de wet dat voorschrijft, een of meer enkelvoudige kamers en bepaalt de bezetting daarvan.
2. Bij de Hoge Raad worden zaken, behoudens bij de wet bepaalde uitzonderingen, behandeld en beslist door vijf leden van een meervoudige kamer, van wie een als voorzitter optreedt.
3. De voorzitter van een meervoudige kamer kan bepalen dat een zaak die daarvoor naar zijn oordeel geschikt is, wordt behandeld en beslist door drie leden van die kamer. Indien de zaak naar het oordeel van een van deze leden ongeschikt is voor behandeling en beslissing door drie leden, wordt de behandeling voortgezet door vijf leden.
4. De Hoge Raad stelt, op voorstel van de president, een reglement van inwendige dienst vast. In dit reglement wordt de indeling in kamers vastgelegd.
5. Het reglement wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
6. De Hoge Raad stelt een regeling vast voor de behandeling van klachten. Artikel 26, vierde tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2584
- HR 21 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2397
- Conclusie A-G Knigge 11 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BX0146
- HR 24 mei 2024, ECLI:NL:HR:2024:741
- HR 9 februari 2024, ECLI:NL:HR:2024:219
- Conclusie 8 december 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1529
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 14 juni 2024, ECLI:NL:PHR:2024:644
- Conclusie A-G Silvis 9 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1269
- Conclusie 7 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:875
- HR 19 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1980