Art. 76 RO, De Hoge Raad
Wet op de rechterlijke organisatie (RO)
1. De Hoge Raad neemt in eerste instantie, tevens in hoogste ressort, kennis van de ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen begaan door de leden van de Staten-Generaal, de ministers en de staatssecretarissen.
2. Onder ambtsmisdrijven en ambtsovertredingen worden hier begrepen strafbare feiten begaan onder een der verzwarende omstandigheden omschreven in artikel 44 van het Wetboek van Strafrecht.
3. In de gedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is de Hoge Raad tevens bevoegd kennis te nemen van de vordering tot vergoeding van kosten en schaden ten behoeve van de benadeelde partij.
4. In de gedingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, oordeelt de Hoge Raad met een aantal van tien raadsheren. Bij het staken der stemmen wordt een uitspraak ten voordele van de verdachte gedaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 20 december 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:3702
- ABRvS 29 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:205
- HR 3 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO0198
- ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2306
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1135
- ABRvS 17 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4608
- HR 19 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA8454
- HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1554
- ABRvS 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3380
- Rb. Rotterdam 12 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5272
- HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD0457
- HR 7 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9736
- ABRvS 2 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2094
- ABRvS 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4738
- ABRvS 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2243
- ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9062
- ABRvS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1170
- ABRvS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY0994
- ABRvS 16 januari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC2145
- Rb. Utrecht 29 maart 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BA2784