Art. 985 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van de formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten tot stand gekomen executoriale titels
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Wanneer een beslissing, gegeven door de rechter van een vreemde Staat, in Nederland uitvoerbaar is krachtens een verdrag of krachtens de wet, wordt zij niet ten uitvoer gelegd dan na daartoe verkregen rechterlijk verlof. De zaak zelf wordt niet aan een nieuw onderzoek onderworpen. Tot de kennisneming van het verzoek om verlening van het verlof zijn bevoegd de rechtbank van het arrondissement waar de wederpartij van de verzoeker woonplaats heeft en die van het arrondissement waar de tenuitvoerlegging wordt verlangd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 26 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2838
- HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1194
- HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1679
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9906
- HR 17 december 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1183
- HR 15 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:918
- HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:555
- Rb. Amsterdam 29 juni 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:5691
- Conclusie A-G Vlas 6 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:530
- Rb. Den Haag 5 juni 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9883
- Conclusie A-G de Bock 5 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:102
- Rb. Rotterdam 5 december 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10660
- Rb. Gelderland 12 november 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:7122
- Rb. Den Haag 17 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14067
- Rb. Den Haag 15 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:13221
- Rb. Den Haag 22 juli 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:6852
- Conclusie A-G Vlas 27 januari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:35
- Conclusie A-G Vlas 20 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:311
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 16 november 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:199
- Hof Amsterdam 29 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:192