HR 25 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM1679
Arbitrage. Tenuitvoerlegging in Nederland van vier Russische arbitrale vonnisssen die door de Russische overheidsrechter zijn vernietigd; niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep in de exequaturprocedure; art. III Verdrag van New York van 10 juni 1958 houdt een afwijkende voorziening in als bedoeld in art. 1075 Rv., die in de weg staat aan overeenkomstige toepassing van art. 985 tot en met 991 Rv.; erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale vonnissen mag niet worden onderworpen aan voorwaarden die aanmerkelijk drukkender, of aan gerechtskosten die aanmerkelijk hoger zijn dan die waaraan de erkenning en tenuitvoerlegging van binnenlandse arbitrale vonnissen is onderworpen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 985 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 989 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 990 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 991 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1064 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1075 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 6 EVRM