Art. 680 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van de verdeling van een gemeenschap
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien een vordering tot verdeling, tot gelasten van de wijze van verdeling of tot vaststelling van een verdeling niet de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap betreft, kan ieder van de gedaagden overeenkomstig de hem in de artikelen 179 en 185 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek toegekende bevoegdheden eisen dat de verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap wordt bevolen of door de rechter zelf wordt vastgesteld.
2. Indien de vordering strekt tot het verkrijgen van een bevel tot verdeling of tot de wijze van verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap, kan ieder van de gedaagden vaststelling van de verdeling door de rechter zelf vorderen.
3. De in de vorige leden bedoelde eis moet worden gedaan voor alle weren die niet de bevoegdheid van de rechter of zekerheidstelling overeenkomstig artikel 224 betreffen.
4. Zijn een of meer partijen niet verschenen, dan doet degene die de eis heeft gedaan haar aan hem betekenen met inachtneming van de voor dagvaarding voorgeschreven termijnen en met oproeping tegen de dag waarop hij de zaak wederom ter rolle wil doen dienen. Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan drie maanden na de dag waartegen de op te roepen partij voor wie de langste termijn van dagvaarding geldt, op zijn vroegst gedagvaard zou mogen worden. De rechter kan, uiterlijk op de dag waartegen is opgeroepen, oproeping tegen een latere dag toestaan.
5. Zijn niet allen die aan de verdeling dienen mee te werken in het geding betrokken, dan kan ieder van de gedaagden hen met overeenkomstige toepassing van het vorige lid alsnog in het geding roepen, met betekening tevens van een afschrift van de aan hem zelf uitgebrachte dagvaarding.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Langemeijer 12 januari 2007, ECLI:NL:PHR:2007:AZ1492
- Rb. Gelderland 1 februari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:479
- Rb. Oost-Brabant 3 november 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5705
- Rb. Overijssel 25 november 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4597
- Rb. Oost-Brabant 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:5587
- Rb. Oost-Brabant 16 mei 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:2433
- Rb. Middelburg 28 april 2010, ECLI:NL:RBMID:2010:BO3913
- Rb. Maastricht 21 december 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AZ5524
- Rb. Haarlem 23 maart 2005, ECLI:NL:RBHAA:2005:AT1748
- Rb. Den Haag 16 januari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:4939
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 24 november 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BK9082
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 18 juni 2019, ECLI:NL:OGHACMB:2019:235
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 10 mei 2021, ECLI:NL:OGEAC:2021:257
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 februari 2016, ECLI:NL:OGEABES:2016:2
- Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba 6 januari 2016, ECLI:NL:OGEAA:2016:14
- Hof 's-Hertogenbosch 1 oktober 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3054
- Hof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:4212
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:3758
- Hof Amsterdam 29 september 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:4047