Rb. Overijssel 25 november 2020, ECLI:NL:RBOVE:2020:4597
Eisers en gedaagde zijn broers en zussen van elkaar. Een jaar geleden is hun moeder overleden. Haar lichaam is gecremeerd. Partijen strijden over de vraag wat er met de as van moeder moet gebeuren.. Eisers stellen dat moeder haar as wilde laten verstrooien op het veldje bij het crematorium. Zij wilde niet “opgesloten” zitten in een asbus Gedaagde stelt dat moeder het goed vond dat hij de as in een asbus bij hem thuis zou houden. De wet zegt dat met het stoffelijk overschot of de as van een overledene datgene moet gebeuren wat de vermoedelijke wil van de overledene was. De rechtbank komt, alle aanwijzingen wegend, tot het oordeel dat het de vermoedelijke wil van moeder is geweest dat haar as verstrooid zou worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl