Art. 479g Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Indien de raad voor de kinderbescherming executant is dan wel, indien ingevolge het bepaalde in artikel 408, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen is belast met de invordering van onderhoudsgelden, kan hij dit beslag leggen hetzij op de gewone wijze, hetzij door van de beschikking in afschrift mededeling te doen aan de derde-beslagene. In het laatste geval zendt deze die schriftelijke kennisgeving voor "gezien" getekend aan de raad voor de kinderbescherming of het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen terug. Eerst door deze terugzending is het beslag voltooid. Indien het beslag op deze wijze wordt gelegd, komen de in de artikelen 475g, 475ga, 475gb en 475i, tweede tot en met vijfde lid, aan de deurwaarder toegekende bevoegdheden en verplichtingen gelijkelijk toe aan de raad voor de kinderbescherming of het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.
2. De raad voor de kinderbescherming en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen kunnen beslag leggen op de dag, volgende op die waarop de uitkering moet geschieden, zonder voorafgaande betekening of bevel tot betaling als bedoeld in artikel 432.
3. Toezending door de executant van een afschrift der kennisgeving bij aangetekende brief aan de geëxecuteerde binnen zeven dagen na de dag, waarop die kennisgeving, voor "gezien" getekend, door de executant van de derde-beslagene is terugontvangen, geldt als de betekening, bij artikel 475i voorgeschreven.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 31 juli 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AE6792
- Conclusie A-G Rank-Berenschot 8 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ0528
- Conclusie A-G Leijten 28 november 1986, ECLI:NL:PHR:1986:AC9604
- Hof Arnhem 8 juni 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BM9842
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 januari 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:514
- Rb. Overijssel 28 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5435
- Rb. Arnhem 14 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP7560
- Conclusie A-G Timmerman 19 december 2003, ECLI:NL:PHR:2003:AO0418
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba 10 februari 2009, ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH8742
- Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 18 oktober 2016, ECLI:NL:OGEAM:2016:71
- Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1055
- Hof 's-Hertogenbosch 9 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2403
- Hof 's-Hertogenbosch 31 januari 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AW2517
- Hof Amsterdam 8 maart 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ0037
- CRvB 4 juli 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2292