Art. 479e Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Van executoriaal beslag onder derden in zaken betreffende levensonderhoud en uitkering voor de huishouding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
1. Van de dag van het beslag af is de derde-beslagene verplicht om, zolang de executant dit verlangt, naar gelang hij loon of andere periodieke uitkeringen aan de geëxecuteerde verschuldigd is het door de executant aangegeven achterstallig bedrag en de termijnen van de uitkering, tot welker verhaal het beslag is gelegd, aan de executant te betalen, tenzij onder hem beslag gelegd mocht worden wegens vorderingen van hogere of gelijke rang.
2. Verzet tegen het beslag door de geëxecuteerde schorst de verplichting tot betaling, behoudens de bevoegdheid van de voorzieningenrechter de voorlopige voortzetting van de betaling te bevelen.
3. De derde die meer aan de executant heeft betaald dan waarop deze recht heeft, is jegens de geëxecuteerde bevrijd, voor zover dat voortvloeit uit artikel 34 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Nederland 4 maart 2015, ECLI:NL:RBNNE:2015:1378
- Rb. Maastricht 26 juli 2006, ECLI:NL:RBMAA:2006:AY5806
- Rb. Haarlem 3 november 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO6302
- Rb. Haarlem 2 juni 2004, ECLI:NL:RBHAA:2004:AQ4131
- Rb. Amsterdam 30 mei 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BX2218
- Conclusie A-G Wesseling-van Gent 21 januari 2005, ECLI:NL:PHR:2005:AR6177
- Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 25 juni 2018, ECLI:NL:OGEAC:2018:163
- HR 21 januari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6177
- Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1055
- Hof Arnhem-Leeuwarden 26 september 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:8442
- Hof Amsterdam 30 juni 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1928
- Hof Amsterdam 30 november 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3878
- Hof Amsterdam 24 augustus 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:2587
- Hof Amsterdam 16 februari 2006, ECLI:NL:GHAMS:2006:AV3051