Art. 432 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, Algemene regels
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Geen vonnis waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging niet is toegestaan kan tegen een derde worden ten uitvoer gelegd, noch kan daaraan door die derde worden voldaan, dan acht dagen na betekening daarvan aan de partij die in het ongelijk is gesteld, en met overlegging van een verklaring van de griffier dat er op zijn registers geen verzet, hoger beroep of cassatie daartegen is aangetekend.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 22 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1850
- HR 16 december 1988, ECLI:NL:HR:1988:AD0545
- Conclusie A-G Hartlief 13 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:280
- Rb. Middelburg 14 december 2010, ECLI:NL:RBMID:2010:BP5693
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 13 september 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:310