Art. 45 Verordening (EU) 2024/1620, Wederzijdse bijstand op het gebied van samenwerking tussen FIE’s

Verordening (EU) 2024/1620

1. Om de samenwerking tussen de FIE’s te bevorderen en hun werkzaamheden te ondersteunen, stimuleert de autoriteit, rekening houdend met de behoeften van de FIE’s, gemeenschappelijke benaderingen, methoden en beste praktijken. De autoriteit organiseert en faciliteert in het bijzonder ook de volgende activiteiten:

a) opleidingsprogramma’s, onder meer inzake technologische innovatie;

b) regelingen voor de uitwisseling en detachering van personeel, met inbegrip van de detachering van FIE-personeel van een lidstaat naar de autoriteit;

c) uitwisseling van praktijken tussen FIE’s, met inbegrip van het delen van expertise op een specifiek gebied;

d) de ontwikkeling of aanschaf van IT-hulpmiddelen en -diensten om de analysecapaciteiten van de FIE’s te vergroten.

2. Een FIE kan bij de autoriteit een verzoek om bijstand in verband met de taken van de FIE indienen, met vermelding van het soort bijstand waar zij het personeel van de autoriteit, het personeel van een of meerdere FIE’s, of een combinatie daarvan om verzoekt. De FIE die om bijstand verzoekt, zorgt ervoor dat toegang wordt verstrekt tot alle voor de verlening van de bijstand vereiste informatie en gegevens. De autoriteit bewaart de informatie over specifieke expertisedomeinen en over de capaciteit van FIE’s om wederzijdse bijstand te verlenen met betrekking tot de taken van FIE’s, en werkt die geregeld bij.

3. De autoriteit stelt alles in het werk om de gevraagde bijstand te verlenen, onder meer door te overwegen haar eigen personele middelen voor de bijstandsverlening in te zetten en door bijstandsverlening door andere FIE’s op vrijwillige basis te coördineren en te faciliteren.

4. Aan het begin van elk jaar stelt de voorzitter van de autoriteit de algemene raad in FIE-samenstelling in kennis van de personele middelen die de autoriteit kan toewijzen om de in lid 2 van dit artikel bedoelde bijstand te verlenen. Indien zich wijzigingen voordoen in de beschikbaarheid van personele middelen als gevolg van de uitvoering de van in artikel 5, lid 5, bedoelde taken, stelt de voorzitter van de autoriteit de algemene raad in FIE-samenstelling daarvan in kennis.

Vorige artikelen

Volgende artikelen