Art. 22 Verordening (EU) 2024/900, Bevoegde autoriteiten en contactpunten
1. De in artikel 51 van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteiten of de in artikel 52 van Verordening (EU) 2018/1725 bedoelde Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming zijn bevoegd om op hun respectieve bevoegdheidsgebied toezicht te houden op de toepassing van de artikelen 18 en 19 van deze verordening. Artikel 58 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 58 van Verordening (EU) 2018/1725 zijn van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 is van toepassing op activiteiten die onder de artikelen 18 en 19 van deze verordening vallen.
2. Het in artikel 68 van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde Europees Comité voor gegevensbescherming stelt op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie richtsnoeren op om de in Verordening (EU) 2016/679 bedoelde toezichthoudende autoriteiten bij te staan bij het beoordelen van de naleving van de vereisten van deze verordening.
3. Waar van toepassing, wijzen de lidstaten bevoegde autoriteiten aan voor het toezicht op de naleving door aanbieders van tussenhandelsdiensten in de zin van Verordening (EU) 2022/2065, van de verplichtingen van de artikelen 7 tot en met 17 en artikel 21 van deze verordening. De krachtens Verordening (EU) 2022/2065 aangewezen bevoegde autoriteiten kunnen ook een van de bevoegde autoriteiten zijn die zijn aangewezen om erop toe te zien dat onlinetussenpersonen voldoen aan de verplichtingen van de artikelen 7 tot en met 17 en artikel 21 van deze verordening. In elke lidstaat is de in artikel 49 van Verordening (EU) 2022/2065 bedoelde digitaledienstencoördinator verantwoordelijk voor de coördinatie op nationaal niveau met betrekking tot aanbieders van “tussenhandelsdiensten” als gedefinieerd in Verordening (EU) 2022/2065. Artikel 49, artikel 58, leden 1 tot en met 4, en artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2065 zijn van toepassing op aangelegenheden die verband houden met de toepassing van deze verordening met betrekking tot aanbieders van tussenhandelsdiensten. Artikel 51 van Verordening (EU) 2022/2065 is van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden van de krachtens dit lid aangewezen bevoegde autoriteiten.
4. Elke lidstaat wijst een of meer bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de toepassing en handhaving van de niet in de leden 1 en 3 van dit artikel genoemde aspecten van deze verordening. Die bevoegde autoriteiten kunnen verschillen van de in de leden 1 en 3 van dit artikel bedoelde autoriteiten en kunnen dezelfde zijn als de in artikel 30 van Richtlijn 2010/13/EU bedoelde autoriteiten. Elke krachtens dit lid aangewezen bevoegde autoriteit is structureel volledig onafhankelijk van de sector en vrij van elke externe interventie of politieke druk. Zij houdt, handelend in volledige onafhankelijkheid effectief toezicht op de naleving van deze verordening en neemt de maatregelen die nodig en evenredig zijn om het toezicht, de naleving en handhaving van deze verordening te waarborgen.
5. De bevoegde autoriteiten bedoeld in lid 4 hebben bij de uitvoering van hun taken met betrekking tot deze verordening de bevoegdheid om:
a) te verzoeken om toegang tot gegevens, documenten of andere noodzakelijke informatie, met name van de betrokken opdrachtgever of aanbieders van politieke reclamediensten, die de bevoegde autoriteiten uitsluitend mogen gebruiken om de naleving van deze verordening te monitoren en te beoordelen, in overeenstemming met de desbetreffende wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en de bescherming van vertrouwelijke informatie;
b) aanbieders van politieke reclamediensten te waarschuwen als deze hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet naleven;
c) de stopzetting van inbreuken te gelasten en opdrachtgevers of aanbieders van politieke reclamediensten te verplichten de nodige maatregelen te nemen om aan deze verordening te voldoen;
d) geldboeten, financiële sancties of andere financiële maatregelen, naargelang het geval, op te leggen of een gerechtelijke instantie te verzoeken dit te doen;
e) waar gepast, een dwangsom op te leggen of een gerechtelijke instantie in hun lidstaat te verzoeken dit te doen;
f) waar gepast, corrigerende maatregelen op te leggen die in verhouding staan tot de inbreuk en die nodig zijn om die inbreuk te beëindigen, of een gerechtelijke instantie in hun lidstaat te verzoeken dit te doen;
g) een openbare verklaring af te leggen waarin wordt aangegeven welke natuurlijke of rechtsperso(o)n(en) verantwoordelijk is of zijn voor de inbreuk van een in deze verordening vastgestelde verplichting en wat de aard van die inbreuk is;
h) inspecties uit te voeren, of een gerechtelijke instantie te verzoeken inspecties te gelasten of toe te staan, in gebouwen die aanbieders van politieke reclamediensten gebruiken voor doeleinden die verband houden met hun handel, zaak, ambacht of beroep, of andere overheidsinstanties te verzoeken dit te doen, teneinde informatie in enige vorm te onderzoeken, in beslag te nemen, te kopiëren of kopieën of uittreksels van die informatie te verkrijgen, ongeacht het opslagmedium.
6. De lidstaten zien erop toe dat hun nationale bevoegde autoriteiten over alle nodige middelen beschikken om hun taken uit hoofde van deze verordening uit te voeren, met inbegrip van toereikende technische, financiële en personele middelen om naar behoren toezicht uit te oefenen op de naleving door alle opdrachtgevers en aanbieders van politieke reclamediensten, binnen hun bevoegdheid op grond van deze verordening.
7. De lidstaten zorgen voor doeltreffende en gestructureerde samenwerking en coördinatie op nationaal niveau tussen alle relevante autoriteiten bedoeld in de leden 1 tot en met 4, om de snelle, beveiligde uitwisseling van informatie over kwesties die verband houden met de uitoefening van hun toezichts- en handhavingstaken en -bevoegdheden uit hoofde van deze verordening te vergemakkelijken, onder meer door ontdekte inbreuken die relevant zijn voor andere autoriteiten bekend te maken, bevindingen en deskundigheid te delen en over de toepassing en handhaving van de relevante regels te overleggen.
8. De op grond van lid 9, tweede alinea, door de lidstaten aangewezen nationale contactpunten komen periodiek op het niveau van de Unie bijeen binnen het netwerk van nationale contactpunten. Het netwerk van nationale contactpunten doet dienst als platform voor de regelmatige uitwisseling van informatie, beste praktijken en gestructureerde samenwerking tussen nationale contactpunten en de Commissie met betrekking tot alle aspecten van deze verordening. Het netwerk van nationale contactpunten bevordert met name de samenwerking op het niveau van de Unie met betrekking tot de toepassing en handhaving van deze verordening en faciliteert, in samenwerking met de relevante belanghebbenden, de opstelling van richtsnoeren om opdrachtgevers en aanbieders van politieke reclamediensten te ondersteunen bij de naleving van de vereisten van deze verordening. Het netwerk van nationale contactpunten komt ten minste tweemaal per jaar bijeen en zo nodig op naar behoren gemotiveerd verzoek van de Commissie of een lidstaat. Het netwerk werkt nauw samen met het Europees samenwerkingsnetwerk voor verkiezingen, de Europese Groep van regelgevende instanties voor audiovisuele mediadiensten en andere relevante netwerken of organen om de snelle en beveiligde uitwisseling van informatie over kwesties in verband met het toezicht op en de handhaving van deze verordening te vergemakkelijken. De Commissie neemt deel aan de bijeenkomsten van het netwerk van nationale contactpunten en biedt administratieve ondersteuning.
9. Wanneer een lidstaat meer dan één bevoegde autoriteit aanwijst, zorgt de lidstaat ervoor dat de respectieve taken van die autoriteiten duidelijk omschreven zijn en dat de desbetreffende autoriteiten nauw en op doeltreffende wijze met elkaar samenwerken bij de uitvoering van hun taken.
Elke lidstaat wijst voor de toepassing van alle aspecten van deze verordening één bevoegde autoriteit aan als nationaal contactpunt op het niveau van de Unie.
De nationale contactpunten ondersteunen en bevorderen de doeltreffende samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten en met de nationale contactpunten van andere lidstaten. De lidstaten maken de contactgegevens van hun nationale contactpunten openbaar. De betrokken lidstaten delen in voorkomend geval de naam van de andere bevoegde autoriteiten en hun respectieve taken mee aan het netwerk van nationale contactpunten.