Art. 3 Verordening (EU) 2020/698, Verlenging van de in Richtlijn 2006/126/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2020/698

1. Niettegenstaande artikel 7 van Richtlijn 2006/126/EG en punt 3, onder d), van bijlage I bij die Richtlijn, wordt de geldigheid van rijbewijzen die overeenkomstig die bepalingen anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van zeven maanden vanaf de op het individuele rijbewijs vermelde vervaldatum.

2. Een lidstaat die van oordeel is dat de verlenging van rijbewijzen waarschijnlijk tot na 31 augustus 2020 onmogelijk zal blijven door de maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in lid 1 genoemde perioden te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020 en/of de periode van zeven maanden. Verzoeken moeten uiterlijk op 1 augustus 2020 bij de Commissie worden ingediend.

3. Indien de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 2 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in lid 1 genoemde termijnen te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin de verlenging van het rijbewijs naar verwachting onmogelijk zal zijn, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4. Wanneer een lidstaat geen moeilijkheden heeft gekend en naar verwachting geen moeilijkheden zal kennen die de vernieuwing van rijbewijzen tijdens de periode tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020 onmogelijk maken als gevolg van de buitengewone omstandigheden veroorzaakt door de uitbraak van COVID-19, dan wel passende nationale maatregelen heeft genomen om dergelijke moeilijkheden te beperken, kan die lidstaat besluiten het lid 1 niet toe te passen nadat hij dit eerst aan de Commissie heeft meegedeeld. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De lidstaat die zoals bepaald in de eerste alinea besloten heeft het lid 1 niet toe te passen, mag de grensoverschrijdende activiteiten van marktdeelnemers of personen die hebben vertrouwd op de in lid 1 vervatte afwijkingen die van toepassing zijn in een andere lidstaat, niet beletten.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen