Art. 2 Verordening (EU) 2020/698, Verlenging van de in Richtlijn 2003/59/EG vastgestelde termijnen

Verordening (EU) 2020/698

1. Niettegenstaande artikel 8, leden 2 en 3, van Richtlijn 2003/59/EG, worden de termijnen waarbinnen de houder van een getuigschrift van vakbekwaamheid de nascholing moet voltooien, die overeenkomstig die bepalingen anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020, geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van zeven maanden. Het getuigschrift van vakbekwaamheid blijft dienovereenkomstig geldig.

2. De geldigheid van de geharmoniseerde Uniecode “95”, als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2006/126/EG, die door de bevoegde autoriteiten wordt aangebracht op het rijbewijs of op de in artikel 10, lid 1, van Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaart bestuurder op basis van het in lid 1 van dat artikel bedoelde getuigschrift van vakbekwaamheid, wordt geacht te zijn verlengd met een periode van zeven maanden vanaf de op het individuele rijbewijs of de individuele kwalificatiekaart bestuurder vermelde datum.

3. De geldigheid van de in bijlage II bij Richtlijn 2003/59/EG bedoelde kwalificatiekaarten bestuurders die anders zouden zijn verstreken of zouden verstrijken tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020, wordt geacht te zijn of te worden verlengd met een periode van zeven maanden vanaf de op de individuele kaart vermelde vervaldatum.

4. Onverminderd de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde grensoverschrijdende activiteiten, blijven de maatregelen die de lidstaten overeenkomstig de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde bepalingen van Richtlijnen 2003/59/EG en 2006/126/EG genomen hebben tijdens de periode tussen 1 februari 2020 en 28 mei 2020, geldig.

5. Een lidstaat die van oordeel is dat het volgen van nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van de kwalificatiekaart bestuurder allicht onmogelijk zal blijven tot na 31 augustus 2020 als gevolg van maatregelen die hij heeft genomen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen of te beperken, kan een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden gemachtigd de in de leden 1, 2 en 3 vermelde perioden, naargelang het geval, te verlengen. Dat verzoek kan betrekking hebben op de periode tussen 1 februari 2020 en 31 augustus 2020 en/of op de in de leden 1, 2 en 3 vermelde perioden van zeven maanden, naargelang het geval. Verzoeken moeten uiterlijk op 1 augustus 2020 bij de Commissie worden ingediend.

6. Indien de Commissie op basis van een overeenkomstig lid 5 ingediend verzoek oordeelt dat aan de in dat lid vastgestelde eisen is voldaan, stelt zij een besluit vast waarbij de betrokken lidstaat wordt gemachtigd de in de leden 1, 2 en 3 genoemde perioden te verlengen, overeenkomstig de rechtvaardiging voor elk specifiek geval. De verlenging wordt beperkt ter weerspiegeling van de periode waarin het voltooien van de betreffende nascholing of de afgifte van een getuigschrift daarvan, het aanbrengen van de geharmoniseerde Uniecode “95” of de vernieuwing van kwalificatiekaarten bestuurder naar verwachting onmogelijk zal blijven, en mag in geen geval langer zijn dan zes maanden.

De Commissie maakt dat besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen