Art. 9 Verordening (EU) 2019/1753, Ongeldigverklaring van de gevolgen in de Unie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen van derde landen

Verordening (EU) 2019/1753

1. De Commissie kan, op eigen initiatief of op naar behoren gemotiveerd verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, door middel van een uitvoeringshandeling de gevolgen van de bescherming in de Unie van een geografische aanduiding geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaren, in een of meer van de volgende situaties:

a) de geografische aanduiding is niet langer beschermd in de overeenkomstsluitende partij van oorsprong;

b) de geografische aanduiding is niet langer ingeschreven in het internationaal register;

c) de naleving van de in regel 5, punt 2, van de gemeenschappelijke regels genoemde verplichte inhoud of van de in regel 5, punt 3, van de gemeenschappelijke regels genoemde bijzonderheden over de kwaliteit, de reputatie of de kenmerken is niet langer gewaarborgd.

2. De in lid 1 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, en uitsluitend nadat de natuurlijke of rechtspersonen als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt ii), van de Akte van Genève of de in artikel 1, punt xvii), van de Akte van Genève gedefinieerde begunstigden de gelegenheid hebben gekregen voor hun rechten op te komen.

3. Wanneer tegen de ongeldigverklaring geen beroep meer kan worden ingesteld, stelt de Commissie het internationaal bureau onverwijld in kennis van de op grond van lid 1, punt a) of c), vastgestelde ongeldigverklaring van de gevolgen op het grondgebied van de Unie van de internationale inschrijving van de geografische aanduiding.

Vorige artikelen

Volgende artikelen