Art. 7 Verordening (EU) 2019/1753, Besluit inzake de bescherming in de Unie van in het internationaal register ingeschreven geografische aanduidingen van derde landen

Verordening (EU) 2019/1753

1. Indien uit de krachtens artikel 5 verrichte beoordeling blijkt dat aan de in dat artikel vastgestelde voorwaarden is voldaan, en indien de Commissie geen bezwaar of geen ontvankelijk bezwaar heeft ontvangen, wijst de Commissie in voorkomend geval, door middel van een uitvoeringshandeling, de onontvankelijke bezwaren af en besluit zij tot verlening van bescherming aan de geografische aanduiding. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2. Indien uit de krachtens artikel 5 verrichte beoordeling blijkt dat niet aan de in dat artikel vastgestelde voorwaarden is voldaan, of indien de Commissie een in artikel 6, lid 2, genoemd ontvankelijk bezwaar ontvangt, besluit de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling of zij bescherming verleent aan een in het internationaal register ingeschreven geografische aanduiding. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure. Over geografische aanduidingen van producten die niet onder de bevoegdheid van de comités als bedoeld in artikel 15, lid 1, vallen, wordt het besluit om al dan niet bescherming te verlenen genomen door de Commissie.

3. In het besluit tot verlening van bescherming aan een geografische aanduiding overeenkomstig lid 1 of 2 van dit artikel wordt de reikwijdte van de verleende bescherming vermeld en kunnen voorwaarden worden opgenomen die verenigbaar zijn met de Akte van Genève, in het bijzonder wat betreft een afgebakende overgangsperiode als genoemd in artikel 17 van de Akte van Genève en in regel 14 van de gemeenschappelijke regels.

4. Overeenkomstig artikel 15, lid 1, van de Akte van Genève stelt de Commissie het internationaal bureau binnen een jaar of – in de in artikel 5, eerste alinea, van Besluit (EU) 2019/1754 bedoelde gevallen — binnen twee jaar na ontvangst van de kennisgeving van de internationale inschrijving krachtens artikel 6, lid 4, van de Akte van Genève in kennis van de weigering van de gevolgen van de betrokken internationale inschrijving op het grondgebied van de Unie.

5. De Commissie kan, op eigen initiatief of op gemotiveerd verzoek van een lidstaat, een derde land of een natuurlijke of rechtspersoon met een rechtmatig belang, door middel van een uitvoeringshandeling een eerder aan het internationaal bureau meegedeelde weigering geheel of gedeeltelijk intrekken. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

De Commissie stelt het internationaal bureau onverwijld van een dergelijke intrekking in kennis.

Vorige artikelen

Volgende artikelen