Art. 11 Verordening (EU) 2019/1753, Overgangsbepalingen voor oorsprongsbenamingen afkomstig uit lidstaten die reeds krachtens de Overeenkomst van Lissabon zijn ingeschreven
1. Met betrekking tot elke uit een lidstaat die partij is bij de Overeenkomst van Lissabon afkomstige oorsprongsbenaming van een product dat krachtens een van de in artikel 1 van deze verordening genoemde verordeningen beschermd is, heeft de betrokken lidstaat, op basis van een verzoek van een natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt ii), van de Akte van Genève of van een begunstigde als gedefinieerd in artikel 1, punt xvii), van de Akte van Genève, of op eigen initiatief, de keuze te verzoeken om:
a) hetzij de internationale inschrijving van die oorsprongsbenaming krachtens de Akte van Genève, indien de betrokken lidstaat de Akte van Genève heeft geratificeerd of er krachtens de machtiging als bedoeld in artikel 3 van Besluit (EU) 2019/1754 toe is toegetreden,
b) hetzij de annulering van de inschrijving van die oorsprongsbenaming in het internationaal register.
De betrokken lidstaat stelt de Commissie uiterlijk 14 november 2022 in kennis van de in de eerste alinea bedoelde keuze.
In de in punt a) van de eerste alinea genoemde gevallen gaat de betrokken lidstaat, in overleg met de Commissie, bij het internationaal bureau na of er krachtens regel 7, punt 4, van de gemeenschappelijke regels wijzigingen moeten worden aangebracht met het oog op inschrijving krachtens de Akte van Genève.
Door middel van een uitvoeringshandeling machtigt de Commissie de betrokken lidstaat om de nodige wijzigingen aan te brengen en aan het internationaal bureau kennisgeving te doen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
2. Met betrekking tot elke uit een lidstaat die partij is bij de Overeenkomst van Lissabon afkomstige oorsprongsbenaming van een product dat onder een van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde verordeningen valt maar door geen van die verordeningen beschermd wordt, heeft de betrokken lidstaat, op basis van een verzoek van een natuurlijke of rechtspersoon als bedoeld in artikel 5, lid 2, punt ii), van de Akte van Genève of van een begunstigde als gedefinieerd artikel 1, punt xvii), van de Akte van Genève, of op eigen initiatief, de keuze te verzoeken om:
a) hetzij de inschrijving van die oorsprongsbenaming krachtens de betrokken verordening,
b) hetzij de annulering van de inschrijving van die oorsprongsbenaming in het internationaal register.
Uiterlijk 14 november 2022 stelt de betrokken lidstaat de Commissie in kennis van de in de eerste alinea bedoelde keuze en dient hij het betreffende verzoek in.
In de in punt a) van de eerste alinea genoemde gevallen verzoekt de betrokken lidstaat, mits die lidstaat de Akte van Genève heeft geratificeerd of er krachtens de machtiging bedoeld in artikel 3 van Besluit (EU) 2019/1754 toe is toegetreden, binnen een jaar na de datum van inschrijving van de geografische aanduiding krachtens de toepasselijke verordening, om de internationale inschrijving van die oorsprongsbenaming krachtens de Akte van Genève. De derde en vierde alinea van lid 1 zijn van toepassing.
Indien het verzoek om inschrijving krachtens de toepasselijke verordening wordt afgewezen en de desbetreffende bestuursrechtelijke en juridische rechtsmiddelen zijn uitgeput, of indien het verzoek om inschrijving krachtens de Akte van Genève niet in overeenstemming met de derde alinea van dit lid is ingediend, verzoekt de betrokken lidstaat onverwijld om de annulering van de inschrijving van die oorsprongsbenaming in het internationaal register.
3. Met betrekking tot oorsprongsbenamingen voor producten die niet onder een van de in artikel 1, lid 2, van deze verordening genoemde verordeningen vallen en die op Unieniveau niet als geografische aanduiding beschermd worden, mag een lidstaat die reeds partij is bij de Overeenkomst van Lissabon alle bestaande inschrijvingen in het internationaal register behouden.
Die lidstaat mag ook nieuwe aanvragen indienen tot inschrijving in het internationaal register krachtens de Overeenkomst van Lissabon van dergelijke oorsprongsbenamingen afkomstig uit zijn grondgebied, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a) de betrokken lidstaat heeft de Commissie in kennis gesteld van de ontwerpaanvraag tot inschrijving van dergelijke oorsprongsbenamingen; die kennisgeving gaat vergezeld van bewijs dat de aanvraag aan de voorschriften voor inschrijving krachtens de Overeenkomst van Lissabon voldoet, en
b) de Commissie heeft binnen twee maanden na die kennisgeving geen negatief advies uitgebracht; een negatief advies mag enkel worden uitgebracht na overleg met de betrokken lidstaat en in uitzonderlijke en terdege gemotiveerde gevallen waarin het in punt a) vereiste bewijs onvoldoende aantoont dat aan de eisen voor inschrijving krachtens de Overeenkomst van Lissabon is voldaan, of indien de inschrijving het handelsbeleid van de Unie nadelig zou beïnvloeden.
Indien de Commissie om verdere informatie over de in de tweede alinea, onder a), bedoelde kennisgeving verzoekt, heeft zij vanaf ontvangst van de verzochte informatie een maand om te reageren.
De Commissie brengt de andere lidstaten onmiddellijk op de hoogte van kennisgevingen die overeenkomstig de tweede alinea, onder a), zijn gedaan.