Art. 15 Verordening (EU) 2019/1241, Regionale technische maatregelen
1. Technische maatregelen op regionaal niveau zijn opgenomen in de volgende bijlagen:
a) in bijlage V voor de Noordzee;
b) in bijlage VI voor de noordwestelijke wateren;
c) in bijlage VII voor de zuidwestelijke wateren;
d) in bijlage VIII voor de Oostzee;
e) in bijlage IX voor de Middellandse Zee;
f) in bijlage X voor de Zwarte Zee;
g) in bijlage XI voor de Uniewateren in de Indische Oceaan en het westelijke deel van de Atlantische Oceaan;
h) in bijlage XIII voor kwetsbare soorten.
2. Teneinde rekening te houden met de specifieke regionale kenmerken van de betrokken visserijtakken, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 29 van deze verordening en artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde de technische maatregelen in de in lid 1 van dit artikel bedoelde bijlagen te wijzigen, aan te vullen, in te trekken of daarvan af te wijken, ook bij de uitvoering van de aanlandingsverplichting in het kader van artikel 15, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 1380/2013. De Commissie stelt dergelijke gedelegeerde handelingen vast op basis van een gezamenlijke aanbeveling die overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 en de desbetreffende artikelen van hoofdstuk III van deze verordening is ingediend.
3. Met het oog op de vaststelling van dergelijke gedelegeerde handelingen mogen lidstaten met een rechtstreeks belang bij het beheer gezamenlijke aanbevelingen indienen overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, indien het de eerste maal betreft, niet later dan 24 maanden, en vervolgens niet later dan 18 maanden na elke indiening van het in artikel 31, lid 1, van deze verordening bedoelde verslag. Zij mogen dergelijke aanbevelingen ook indienen wanneer zij dit nodig achten.
4. De op grond van lid 2 van dit artikel vastgestelde technische maatregelen:
a) zijn erop gericht de in de artikelen 3 en 4 van deze verordening vermelde doelstellingen en streefdoelen te bereiken;
b) zijn erop gericht de doelstellingen te bereiken en aan de voorwaarden te voldoen van andere desbetreffende handelingen van de Unie die op het gebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid zijn vastgesteld, in het bijzonder in de in de artikelen 9 en 10 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 vermelde meerjarenplannen;
c) zijn in overeenstemming met de in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 genoemde beginselen van goed bestuur;
d) leiden ten minste tot voordelen voor de instandhouding van biologische rijkdommen van de zee die, met name wat het exploitatiepatroon en het beschermingsniveau voor kwetsbare soorten en habitats betreft, op zijn minst gelijkwaardig zijn aan de in lid 1 bedoelde maatregelen. Ook wordt rekening gehouden met de potentiële gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene ecosysteem.
5. De toepassing van de in artikel 27 en in deel B van de bijlagen V tot en met XI vastgestelde voorwaarden met betrekking tot specificaties voor maaswijdte mag niet tot een verzwakking leiden van de op 14 augustus 2019 geldende selectiviteitsnormen, met name wat een toename van de vangsten van jonge exemplaren betreft, en moet zijn gericht op het bereiken van de doelstellingen en streefdoelen van de artikelen 3 en 4.
6. In de gezamenlijke aanbevelingen die voor het vaststellen van de in lid 2 bedoelde maatregelen worden ingediend, leveren de lidstaten wetenschappelijk bewijs ter ondersteuning van de vaststelling van die maatregelen.
7. De Commissie kan het WTECV verzoeken de in lid 2 bedoelde gezamenlijke aanbevelingen te beoordelen.