Art. 12 Richtlijn (EU) 2019/2034, Bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst
De verantwoordelijkheid voor het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen berust bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van herkomst, onverminderd de bepalingen van deze richtlijn die verantwoordelijkheid toekennen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst.