Art. 16 Richtlijn (EU) 2019/2034, Samenwerkingsregelingen met derde landen voor de uitwisseling van informatie

Richtlijn (EU) 2019/2034

Voor het uitoefenen van hun toezichtstaken uit hoofde van deze richtlijn of Verordening (EU) 2019/2033 en voor het uitwisselen van informatie kunnen de lidstaten, de bevoegde autoriteiten, EBA en ESMA overeenkomstig artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 of artikel 33 van Verordening (EU) nr. 1095/2010, naargelang het geval, samenwerkingsregelingen sluiten met de toezichthoudende autoriteiten van derde landen, alsmede met de autoriteiten of organen van derde landen die bevoegd zijn voor de hieronder volgende taken, mits op de openbaar gemaakte informatie waarborgen inzake beroepsgeheim van toepassing zijn die ten minste gelijkwaardig zijn aan de in artikel 15 van deze richtlijn vastgelegde waarborgen:

a) het toezicht op financiële instellingen en financiële markten, waaronder het toezicht op financiële entiteiten die een vergunning hebben om op te treden als centrale tegenpartijen, mits de centrale tegenpartijen uit hoofde van artikel 25 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad (23) zijn erkend;

b) de liquidatie en het faillissement van beleggingsondernemingen en soortgelijke procedures;

c) het toezicht op de organen die betrokken zijn bij de liquidatie en het faillissement van beleggingsondernemingen en soortgelijke procedures;

d) het verrichten van wettelijke controles van financiële instellingen of instellingen die compensatiestelsels beheren;

e) het toezicht op personen die belast zijn met de wettelijke controle van de jaarrekening van financiële instellingen;

f) het toezicht op personen die actief zijn op markten voor emissierechten teneinde zich een totaalbeeld van de financiële markten en spotmarkten te kunnen vormen;

g) het toezicht op personen die actief zijn op markten voor landbouwgrondstoffenderivaten teneinde zich een totaalbeeld van de financiële en spotmarkten te kunnen vormen.