Art. 9 Richtlijn (EU) 2019/2034, Aanvangskapitaal

Richtlijn (EU) 2019/2034

1. Het aanvangskapitaal waarover een beleggingsonderneming overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2014/65/EU moet beschikken om een vergunning te krijgen voor het verrichten van een van de in de punten 3 en 6 van deel A van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU vermelde beleggingsdiensten of ‐activiteiten, is 750 000 EUR.

2. Het aanvangskapitaal waarover een beleggingsonderneming die niet over een vergunning beschikt om geld of effecten van cliënten aan te houden, overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2014/65/EU moet beschikken om een vergunning te krijgen voor het verrichten van een van de in punten 1, 2, 4, 5 en 7 van deel A van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU vermelde beleggingsactiviteiten, bedraagt 75 000 EUR.

3. Het aanvangskapitaal waarover andere beleggingsondernemingen dan de in de leden 1, 2 en 4 van dit artikel bedoelde beleggingsondernemingen overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2014/65/EU moeten beschikken, bedraagt 150 000 EUR.

4. Het aanvangskapitaal van een beleggingsonderneming met een vergunning voor het verrichten van de in punt 9 van deel A van bijlage I bij Richtlijn 2014/65/EU vermelde beleggingsdiensten of ‐activiteiten, indien die beleggingsonderneming handelt voor eigen rekening of daar de toestemming voor heeft, bedraagt 750 000 EUR.