Art. 99 Verordening (EU) 2018/1046, Achterstandsrente

Verordening (EU) 2018/1046

1. Onverminderd de specifieke bepalingen die voortvloeien uit de toepassing van specifieke regelingen, is elke schuldvordering die bij het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn niet is voldaan, rentedragend overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel.

2. Met uitzondering van het in lid 4 van dit artikel bedoelde geval, is de rentevoet voor schuldvorderingen die bij het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn niet zijn voldaan, het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste percentage dat geldt op de eerste kalenderdag van de maand waarin de genoemde termijn valt en dat is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, vermeerderd met:

a) acht procentpunten wanneer de schuldvordering voortvloeit uit een overeenkomst voor leveringen of een overeenkomst voor diensten;

b) drieënhalf procentpunten in alle andere gevallen.

3. De rente wordt berekend vanaf de kalenderdag die volgt op de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn, tot en met de kalenderdag waarop de schuld volledig is betaald.

De invorderingsopdracht voor de achterstandsrente wordt gedateerd op de dag waarop die rente daadwerkelijk is ontvangen.

4. In het geval van boeten of andere sancties is de rentevoet voor schuldvorderingen die bij het verstrijken van de in artikel 98, lid 4, eerste alinea, onder b), bedoelde termijn niet zijn voldaan, het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste percentage dat geldt op de eerste kalenderdag van de maand waarin het besluit tot het opleggen van een boete of andere sanctie is genomen, en dat is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, vermeerderd met:

a) anderhalf procentpunt indien de debiteur een financiële garantie verstrekt die door de rekenplichtige in plaats van betaling wordt aanvaard;

b) drieënhalf procentpunten in alle andere gevallen.

Indien het Hof van Justitie van de Europese Unie krachtens zijn op artikel 261 VWEU gebaseerde bevoegdheid het bedrag van een boete of andere sanctie verhoogt, wordt vanaf de datum van het arrest van het Hof rente berekend op de verhoging van het bedrag.

5. In gevallen waarin de totale rente negatief zou zijn, wordt deze op nul procent vastgesteld.

Vorige artikelen

Volgende artikelen