Art. 78 Verordening (EU) 2018/1046, Aanstelling en beëindiging van de functie van de rekenplichtige
1. De rekenplichtige wordt door elke instelling van de Unie aangesteld uit de ambtenaren op wie het Statuut van toepassing is.
De rekenplichtige wordt door de instelling van de Unie gekozen op grond van zijn of haar specifieke bekwaamheid, die door diploma’s wordt aangetoond of uit een gelijkwaardige beroepservaring blijkt.
2. Twee of meer instellingen of organen van de Unie kunnen dezelfde rekenplichtige aanstellen.
In dat geval nemen zij alle nodige maatregelen om belangenconflicten te voorkomen.
3. Bij de beëindiging van de functie van rekenplichtige wordt onverwijld een staat van de rekeningen opgemaakt.
4. De staat van de rekeningen, vergezeld van een overdrachtsrapport, wordt door de rekenplichtige die zijn of haar functie beëindigt, of, indien dit niet mogelijk is, door een ambtenaar van zijn of haar dienst aan de nieuwe rekenplichtige toegezonden.
De nieuwe rekenplichtige ondertekent de staat van de rekeningen binnen een maand na de datum van toezending voor aanvaarding, waarbij hij een voorbehoud kan maken.
Het overdrachtsrapport bevat het resultaat van elke opgemaakte staat van de rekeningen alsmede eventuele voorbehouden.