Art. 73 Verordening (EU) 2018/1046, De ordonnateur

Verordening (EU) 2018/1046

1. Elke instelling van de Unie oefent de functies van ordonnateur uit.

2. Voor de toepassing van deze titel wordt onder „personeelsleden” verstaan personen die zijn onderworpen aan het Statuut.

3. Elke instelling van de Unie delegeert, met inachtneming van de in haar reglement van orde bepaalde voorwaarden, de functies van ordonnateur aan personeelsleden op het gepaste niveau. Zij bepaalt in haar interne administratieve voorschriften aan welke personeelsleden zij deze functies delegeert, alsmede de omvang van de gedelegeerde bevoegdheden en de mogelijkheid voor de delegatieverkrijgers om hun bevoegdheden verder te subdelegeren.

4. De bevoegdheid van ordonnateur wordt alleen aan personeelsleden gedelegeerd of gesubdelegeerd.

5. De bevoegde ordonnateur handelt binnen de in het delegatie- of subdelegatie besluit gestelde grenzen. De bevoegde ordonnateur kan worden bijgestaan door één of meer personeelsleden die onder zijn verantwoordelijkheid belast zijn met bepaalde voor de uitvoering van de begroting en de verstrekking van informatie over financiën en beheer benodigde handelingen.

6. Elke instelling van de Unie en elk in artikel 70 bedoeld orgaan van de Unie brengt de aanstelling en de functiebeëindiging van gedelegeerde ordonnateurs, interne controleurs en rekenplichtigen, alsmede alle interne voorschriften die zij op financieel gebied vaststelt, binnen twee weken ter kennis van het Europees Parlement, de Raad, de Rekenkamer en de rekenplichtige van de Commissie.

7. Elke instelling van de Unie brengt de delegatiebesluiten en de aanstelling van beheerders van gelden ter goede rekening krachtens de artikelen 79 en 88 ter kennis van de Rekenkamer.

Vorige artikelen

Volgende artikelen