Art. 39 Verordening (EU) 2018/858, Ontheffingen voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten

Verordening (EU) 2018/858

1. De fabrikant kan EU-typegoedkeuring aanvragen voor een type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid waarin nieuwe technologieën of nieuwe concepten zijn toegepast die onverenigbaar zijn met een of meer van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen.

2. De goedkeuringsinstantie verleent de in lid 1 bedoelde EU-typegoedkeuring indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de redenen vermeld waarom de nieuwe technologieën of nieuwe concepten tot gevolg hebben dat de voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden onverenigbaar zijn met een of meer van de in bijlage II vermelde regelgevingshandelingen;

b) in de aanvraag om EU-typegoedkeuring zijn de veiligheids- en milieuaspecten van de nieuwe technologie of het nieuwe concept beschreven, alsmede de maatregelen die zijn getroffen om ervoor te zorgen dat ten minste een even hoog veiligheids- en milieubeschermingsniveau wordt gewaarborgd als wordt geboden door de voorschriften waarvan ontheffing wordt aangevraagd;

c) er worden testbeschrijvingen en -resultaten voorgelegd die aantonen dat aan de voorwaarde van punt b) is voldaan.

3. Voor het verlenen van EU-typegoedkeuringen met ontheffing voor nieuwe technologieën of nieuwe concepten is de toestemming van de Commissie vereist.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin wordt beslist of de in de eerste alinea van dit lid bedoelde toestemming wordt gegeven. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4. In afwachting van de vaststelling van de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen mag de goedkeuringsinstantie voor een voertuigtype waarop de aangevraagde ontheffing betrekking heeft een voorlopige EU-typegoedkeuring verlenen die alleen op het grondgebied van de lidstaat van die goedkeuringsinstantie geldig is. De goedkeuringsinstantie stelt de Commissie en de andere lidstaten daarvan onverwijld in kennis door middel van een dossier dat de in lid 2 bedoelde gegevens bevat.

In het opschrift van het EU-typegoedkeuringscertificaat en het opschrift van het certificaat van overeenstemming wordt aangegeven dat het om een voorlopige EU-typegoedkeuring met een beperkte territoriale geldigheid gaat.

5. Goedkeuringsinstanties in andere lidstaten mogen besluiten om de in lid 4 bedoelde voorlopige EU-typegoedkeuring binnen hun grondgebied te aanvaarden, op voorwaarde dat zij de goedkeuringsinstantie die de voorlopige EU-typegoedkeuring heeft verleend, daarvan schriftelijk in kennis stellen.

6. In voorkomend geval vermelden de in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen of de toestemmingen onderhevig zijn aan beperkingen, met name ten aanzien van het maximumaantal voertuigen die eronder vallen. In elk geval is de EU-typegoedkeuring ten minste 36 maanden geldig.

7. Als de Commissie in lid 3 bedoelde uitvoeringshandelingen vaststelt waarbij de toestemmingen worden geweigerd, stelt de goedkeuringsinstantie de houder van de in lid 4 bedoelde voorlopige EU-typegoedkeuring er onmiddellijk van in kennis dat de voorlopige EU-typegoedkeuring zes maanden na de datum van de uitvoeringshandeling zal worden ingetrokken.

Voertuigen die conform de voorlopige EU-typegoedkeuring zijn vervaardigd voordat deze ongeldig werd, mogen echter in elke lidstaat die de voorlopige EU-typegoedkeuring overeenkomstig lid 5 had aanvaard, in de handel worden gebracht, worden geregistreerd of in gebruik worden genomen.