Art. 44 Verordening (EU) 2018/858, Individuele EU-goedkeuring van voertuigen
1. De lidstaten verlenen individuele EU-goedkeuring van voertuigen voor een voertuig dat voldoet aan de voorschriften in aanhangsel 2 bij deel I van bijlage II of, in het geval van voertuigen voor speciale doeleinden, in deel III van bijlage II.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op incomplete voertuigen.
2. Een aanvraag om individuele EU-goedkeuring van een voertuig wordt ingediend door de eigenaar van het voertuig, de fabrikant, de vertegenwoordiger van de fabrikant of de importeur.
3. De lidstaten voeren geen destructieve tests uit om vast te stellen of het voertuig voldoet aan de in lid 1 bedoelde voorschriften, maar maken in plaats daarvan gebruik van relevante informatie die daartoe door de aanvrager is verstrekt.
4. Het certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig krijgt een uniek nummer volgens een geharmoniseerd nummeringsysteem, op basis waarvan ten minste kan worden vastgesteld welke lidstaat de individuele EU-goedkeuring van voertuigen heeft verleend.
5. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin het model en het nummeringsysteem van certificaten van individuele EU-goedkeuring van een voertuig worden vastgelegd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 83, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De eerste van die uitvoeringshandelingen wordt uiterlijk op 5 juli 2020 vastgesteld.
6. De lidstaten staan het in de handel brengen, registreren of in gebruik nemen toe van voertuigen met een geldig certificaat van individuele EU-goedkeuring van een voertuig.
7. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 82 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel I van bijlage II, teneinde de technische voorschriften voor voertuigen van de categorieën M, N en O vast te stellen.