Art. 35 Verordening (EU) 2018/858, Einde van de geldigheid

Verordening (EU) 2018/858

1. Zeven jaar na de laatste actualisering van het informatiepakket in het geval van een EU-typegoedkeuringscertificaat voor een geheel voertuig, voor voertuigen van de categorieën M1 en N1, en tien jaar voor voertuigen van de categorieën M2, M3, N2, N3 en O, verifieert de goedkeuringsinstantie dat het voertuigtype voldoet aan alle regelgevingshandelingen die op dat type van toepassing zijn.

Indien de goedkeuringsinstantie de in de eerste alinea van dit lid bedoelde controle verricht, is het niet nodig de in artikel 30 bedoelde tests te herhalen.

2. In elk van de volgende gevallen wordt een EU-typegoedkeuring ongeldig:

a) wanneer nieuwe voorschriften die van toepassing zijn op het goedgekeurde type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid, worden ingevoerd voor het op de markt aanbieden, het registeren of het in gebruik nemen, en de EU-typegoedkeuring niet op basis van de in artikel 34, lid 2, onder c), bedoelde situatie kan worden uitgebreid;

b) indien een overeenkomstig lid 1 van dit artikel verrichte controle uitwijst dat het voertuig niet voldoet aan alle regelgevingshandelingen die op dat type van toepassing zijn;

c) wanneer de productie van voertuigen conform het goedgekeurde voertuigtype vrijwillig definitief wordt stopgezet, hetgeen wordt geacht plaats te hebben gevonden wanneer gedurende de voorafgaande twee jaar geen voertuig van het betreffende type is geproduceerd; zolang punt a) van dit lid niet van toepassing is, blijven dergelijke typegoedkeuringen evenwel geldig met het oog op het registreren of het in gebruik nemen van het voertuig;

d) wanneer de EU-typegoedkeuring overeenkomstig artikel 31, lid 7, is ingetrokken;

e) wanneer de geldigheidsduur van het EU-typegoedkeuringscertificaat ingevolge een van de in artikel 39, lid 6, bedoelde beperkingen afloopt;

f) wanneer is gebleken dat de typegoedkeuring gebaseerd is op valse verklaringen, vervalste testresultaten of wanneer gegevens die tot het weigeren van het verlenen van typegoedkeuring zouden hebben geleid, zijn achtergehouden.

3. Indien de typegoedkeuring van een geheel voertuig van slechts één variant van een voertuigtype of één uitvoering van een variant ongeldig wordt, verliest de typegoedkeuring van een geheel voertuig van het betrokken type voertuig alleen voor die variant of uitvoering haar geldigheid.

4. Indien de productie van een bepaald type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid definitief wordt stopgezet, stelt de fabrikant de goedkeuringsinstantie van de lidstaat die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, onverwijld in kennis.

Uiterlijk een maand na ontvangst van de in de eerste alinea bedoelde kennisgeving stelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring voor het type voertuig, systeem, onderdeel of technische eenheid heeft verleend, de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten hiervan in kennis.

5. Indien een EU-typegoedkeuringscertificaat ongeldig wordt, stelt de fabrikant de goedkeuringsinstantie van de lidstaat die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, daarvan onverwijld in kennis.

6. Na ontvangst van de kennisgeving van de fabrikant deelt de goedkeuringsinstantie die de EU-typegoedkeuring heeft verleend, de goedkeuringsinstanties van de andere lidstaten en de Commissie onverwijld alle relevante informatie mede met betrekking tot het op de markt aanbieden, het registreren of het in gebruik nemen van voertuigen, systemen, onderdelen of technische eenheden, naargelang het geval.

In het geval van voertuigen vermeldt de in de eerste alinea van dit lid bedoelde mededeling de fabricagedatum en het voertuigidentificatienummer („VIN”), zoals gedefinieerd in punt 2 van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 19/2011 van de Commissie (19), van het laatst geproduceerde voertuig.