Art. 36 Verordening (EU) 2017/2403, Sluiting van visserijactiviteiten

Verordening (EU) 2017/2403

1. Indien de aan een derde land toegekende vangstmogelijkheden worden geacht te zijn opgebruikt, stelt de Commissie het betrokken derde land en de bevoegde controleautoriteiten van de lidstaten daarvan onmiddellijk in kennis. Met het oog op de voortzetting van visserijactiviteiten in het kader van niet-opgebruikte vangstmogelijkheden, die ook van invloed kunnen zijn op opgebruikte vangstmogelijkheden, legt het derde land aan de Commissie technische maatregelen voor ter voorkoming van nadelige effecten op de opgebruikte vangstmogelijkheden.

2. Vanaf de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving worden de vismachtigingen die zijn afgegeven voor de vaartuigen die de vlag van het betrokken derde land voeren, geacht te zijn geschorst voor de betrokken visserijactiviteiten en mogen de vaartuigen die visserijactiviteiten niet langer verrichten.

3. Vismachtigingen worden geacht te zijn ingetrokken indien een schorsing van de vismachtigingen overeenkomstig lid 2 alle activiteiten betreft waarvoor zij zijn verleend.

4. Het derde land ziet erop toe dat de betrokken vissersvaartuigen onmiddellijk in kennis worden gesteld van de toepassing van dit artikel en dat zij alle betrokken visserijactiviteiten stopzetten. Het derde land stelt de Commissie er ook onverwijld van in kennis dat onder zijn vlag varende vissersvaartuigen hun visserijactiviteiten hebben stopgezet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen