Art. 5 Verordening (EU) 2017/2196, Raadpleging en coördinatie

Verordening (EU) 2017/2196

1. Wanneer deze verordening voorschrijft dat een TSB de betrokken partijen raadpleegt over maatregelen die vooraf of in real time worden vastgesteld, is de volgende procedure van toepassing:

a) de TSB pleegt op zijn minst overleg met de partijen die volgens de artikelen van deze verordening verplicht moeten worden geraadpleegd;

b) de TSB licht toe wat de motivering en doelstelling van de raadpleging en de te nemen beslissing zijn;

c) de TSB verzamelt alle relevante informatie en de beoordeling van de in punt a) vermelde partijen;

d) de TSB houdt naar behoren rekening met de standpunten, situaties en beperkingen van de geraadpleegde partijen;

e) alvorens een besluit te nemen, verstrekt de TSB de geraadpleegde partijen een toelichting wat betreft de redenen waarom hun standpunten al dan niet worden gevolgd.

2. Wanneer deze verordening voorschrijft dat een TSB de uitvoering van een reeks maatregelen in real time met meerdere partijen coördineert, is de volgende procedure van toepassing:

a) de TSB pleegt op zijn minst overleg met de partijen die volgens de artikelen van deze verordening in real time moeten worden gecoördineerd;

b) de TSB licht toe wat de motivering en doelstelling van de coördinatie en de te nemen maatregelen zijn;

c) de TSB doet een eerste voorstel met betrekking tot de door elke partij te nemen maatregelen;

d) de TSB verzamelt alle relevante informatie en de beoordeling van de in punt a) vermelde partijen;

e) de TSB doet een definitief voorstel met betrekking tot de door elke partij te nemen maatregelen, naar behoren rekening houdend met de standpunten, situaties en beperkingen van de betrokken partijen, en stelt een termijn vast waarbinnen de partijen hun bezwaar tegen de door de TSB voorgestelde maatregelen kunnen uiten;

f) indien de betrokken partijen geen bezwaar maken tegen de uitvoering van de door de TSB voorgestelde maatregelen, voert elke partij, inclusief de TSB, de maatregel uit in overeenstemming met het voorstel;

g) indien één of meer van de partijen zich binnen de vastgestelde termijn verzetten tegen de door de TSB voorgestelde maatregelen, legt de TSB de voorgestelde maatregel ter besluit voor aan de bevoegde instantie, vergezeld van een toelichting van de motivering en doelstellingen van de door de TSB voorgestelde maatregel, alsook van de evaluatie en de standpunten van de partijen;

h) indien doorverwijzing naar de bevoegde autoriteit in real time niet mogelijk is, initieert de TSB een gelijkwaardige maatregel die geen of zo min mogelijk gevolgen heeft voor de partijen die hebben geweigerd de voorgestelde maatregel uit te voeren.

3. Een partij kan weigeren maatregelen die door de TSB zijn voorgesteld in het kader van de in lid 2 beschreven coördinatieprocedure, in real time uit te voeren, indien zij aantoont dat de voorgestelde maatregel zou leiden tot de schending van een of meer technische beperkingen, juridische beperkingen, of beperkingen met betrekking tot persoonlijke veiligheid en beveiliging.

Vorige artikelen

Volgende artikelen