Art. 2 Verordening (EU) 2017/2196, Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op TSB's, DSB's, SNG's, aanbieders van beschermingsdiensten, aanbieders van hersteldiensten, bij de balancering betrokken partijen, aanbieders van balanceringsdiensten, benoemde elektriciteitsmarktbeheerders („NEMO”) en andere entiteiten die overeenkomstig Verordening (EU) 2015/1222 van de Commissie (3) en Verordening (EU) 2016/1719 van de Commissie (4) zijn aangewezen om marktfuncties te vervullen.
2. Deze verordening is met name van toepassing op de volgende SNG's:
a) bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van type C en D overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie (5);
b) bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van type B overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631, indien deze zijn aangemerkt als SNG's overeenkomstig artikel 11, lid 4, en artikel 23, lid 4;
c) bestaande en nieuwe transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties;
d) bestaande en nieuwe transmissiegekoppelde gesloten distributiesystemen;
e) aanbieders van het redispatchen van elektriciteitsproductie-eenheden of verbruikersinstallaties door middel van aggregatie en aanbieders van reserve werkzaam vermogen overeenkomstig titel 8 van Verordening (EU) 2017/1485, en
f) bestaande en nieuwe hoogspanningsgelijkstroomsystemen („HVDC”) en op gelijkstroom aangesloten power park modules overeenkomstig de criteria van artikel 4, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie (6).
3. Deze verordening is van toepassing op bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type A overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631, op andere dan in lid 2, onder b), bedoelde bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden van het type B, alsook op bestaande en nieuwe verbruiksinstallaties, gesloten distributiesystemen en derden die vraagsturing leveren, indien zij kunnen worden gekwalificeerd als aanbieders van beschermingsdiensten of van hersteldiensten overeenkomstig artikel 4, lid 4.
4. Elektriciteitsproductie-eenheden van de types A en B als bedoeld in lid 3, verbruikersinstallaties en gesloten distributiesystemen die vraagsturing verstrekken, kunnen aan de vereisten van deze verordening voldoen, hetzij direct hetzij indirect via een derde partij, onder de overeenkomstig artikel 4, lid 4, vastgestelde voorwaarden.
5. Deze verordening is van toepassing op energieopslageenheden van een SNG, aanbieder van beschermingsdiensten of aanbieder van hersteldiensten die kunnen worden gebruikt om het systeem te balanceren, mits zij in de systeembeschermingsplannen, in de herstelplannen of in het relevante dienstencontract als zodanig zijn aangemerkt.
6. Deze verordening is van toepassing op alle transmissiesystemen, distributiesystemen en interconnecties in de Unie, met uitzondering van transmissiesystemen en distributiesystemen of delen van transmissiesystemen en distributiesystemen van eilanden van lidstaten waarvan de systemen niet synchroon worden beheerd met de synchrone zone van Continentaal Europa, Groot-Brittannië, Noordelijk Europa, Ierland en Noord-Ierland of de Baltische staten, voor zover deze niet-synchrone exploitatie niet voortvloeit uit een storing.
7. In lidstaten met meer dan één TSB is deze verordening van toepassing op alle TSB's van die lidstaat. Wanneer een TSB geen functie uitoefent die betrekking heeft op één of meer verplichtingen van deze verordening, kunnen de lidstaten bepalen dat de verantwoordelijkheid om aan die verplichtingen te voldoen wordt toegewezen aan één of meer andere, specifieke TSB's.
8. De TSB's van Litouwen, Letland en Estland zijn vrijgesteld van de toepassing van artikelen 15, 29 en 33, zo lang en voor zover zij in een synchrone modus werken in een synchrone zone waarin niet alle landen aan de wetgeving van de Unie zijn onderworpen, tenzij anders bepaald in een samenwerkingsovereenkomst met TSB's in derde landen die als basis dient voor hun samenwerking met betrekking tot veilig systeembeheer overeenkomstig artikel 10.