Art. 25 Verordening (EU) 2017/2196, Activering van het herstelplan
1. Elke TSB activeert de procedures van zijn herstelplan in samenwerking met de overeenkomstig artikel 23, lid 4, geïdentificeerde DSB's en SNG's en de aanbieders van hersteldiensten in volgende gevallen:
a) als het systeem zich overeenkomstig de criteria van artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1485 in een noodtoestand bevindt, zodra het systeem is gestabiliseerd na activering van de maatregelen van het systeembeschermingsplan, of
b) als het systeem zich overeenkomstig de criteria van artikel 18, lid 4, van Verordening (EU) 2017/1485 in een black-outtoestand bevindt.
2. Tijdens het systeemherstel wordt door elke TSO het volgende vastgesteld en gecontroleerd:
a) de omvang en de grenzen van het gesynchroniseerde gebied of de gesynchroniseerde gebieden waartoe zijn regelzone behoort;
b) de TSB's waarmee hij een gesynchroniseerd gebied of gesynchroniseerde gebieden deelt, en
c) het beschikbare werkzame reservevermogen in zijn regelzone.
3. Elke overeenkomstig artikel 23, lid 4, geïdentificeerde DSB en SNG en elke aanbieder van hersteldiensten voert overeenkomstig de procedures van het herstelplan onmiddellijk de door de TSB overeenkomstig artikel 23, lid 3, onder b), uitgebrachte instructies van het herstelplan uit.
4. Elke TSB activeert die procedures van zijn herstelplan die een significant grensoverschrijdende invloed hebben in samenwerking met de beïnvloede TSB's.