Art. 23 Verordening (EU) 2017/2196, Ontwerp van het herstelplan

Verordening (EU) 2017/2196

1. Uiterlijk op 18 december 2018 ontwerpt elke TSB een herstelplan in overleg met relevante DSB's, SNG's, nationale regelgevende instanties of instanties bedoeld in artikel 4, lid 3, aangrenzende TSB's en de andere TSB's in die synchrone zone.

2. Bij het ontwerp van zijn herstelplan neemt elke TSB ten minste het volgende in aanmerking:

a) het gedrag en de geschiktheden van belasting en productie;

b) de specifieke behoeften van de significante netgebruikers met hoge prioriteit in de op grond van lid 4 vastgestelde lijst, en

c) de kenmerken van zijn netwerk en de onderliggende netwerken van de DSB's.

3. Het herstelplan bevat ten minste de volgende bepalingen:

a) de omstandigheden waaronder het herstelplan wordt geactiveerd, overeenkomstig artikel 25;

b) de instructies voor het herstelplan, die moeten worden uitgebracht door de TSB, en

c) maatregelen die onderworpen zijn aan realtimeraadpleging of -coördinatie met geïdentificeerde partijen.

4. Het herstelplan bevat met name de volgende elementen:

a) een lijst van de maatregelen die de TSB moet toepassen op zijn installaties;

b) een lijst van maatregelen die de DSB's moeten toepassen en van de DSB's die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van die maatregelen op hun installaties;

c) een lijst van de SNG's die verantwoordelijk zijn voor de toepassing op hun installaties van de maatregelen die voortvloeien uit de verplichte eisen die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2016/631, (EU) 2016/1388 en (EU) 2016/1447 of uit nationale wetgeving, en een lijst van door die SNG's toe te passen maatregelen;

d) de lijst van significante netgebruikers met hoge prioriteit en de voorwaarden voor hun ontkoppeling en spanningsherstel;

e) een lijst van onderstations die essentieel zijn voor de procedures van het herstelplan;

f) het aantal vermogensbronnen in de regelzone van de TSB die nodig zijn om de spanning in zijn systeem te herstellen met een bottom-upspanningsherstelstrategie met black-startgeschiktheid, snelle hersynchronisatiegeschiktheid (door eigenbedrijfsituatie) en eilandbedrijfgeschiktheid, en

g) de toepassingstermijnen voor elke genoemde maatregel.

5. Het herstelplan bevat ten minste de volgende technische en organisatorische maatregelen die zijn vermeld in hoofdstuk III:

a) spanningsherstelprocedure, overeenkomstig deel 2;

b) frequentiebeheerprocedure, overeenkomstig deel 3, en

c) hersynchronisatieprocedure, overeenkomstig deel 4.

6. De in het herstelplan opgenomen maatregelen voldoen aan de volgende beginselen:

a) hun invloed op systeemgebruikers is minimaal;

b) ze zijn economisch efficiënt;

c) alleen de noodzakelijke maatregelen worden geactiveerd, en

d) ze leiden niet tot een noodtoestand of black-outtoestand in de geïnterconnecteerde transmissiesystemen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen