Art. 27 Verordening (EU) 2017/2196, Activering van de spanningsherstelprocedure
1. Als de spanningsherstelprocedure wordt geactiveerd, bepaalt elke TSB de toe te passen strategie, rekening houdend met:
a) de beschikbaarheid van vermogensbronnen met de geschiktheid om de spanning in zijn regelzone te herstellen;
b) de verwachte duur en risico's van mogelijke spanningsherstelstrategieën;
c) de toestand van de elektriciteitsvoorzieningssystemen;
d) de toestand van de rechtstreeks aangesloten systemen, waaronder ten minste de status van interconnectoren;
e) de significante netgebruikers met hoge prioriteit op de op grond van artikel 23, lid 4, vastgestelde lijst, en
f) de mogelijkheid om top-down- en bottom-upspanningsherstelstrategieën te combineren.
2. Als een top-downspanningsherstelstrategie wordt toegepast, beheert elke TSO de koppeling van belasting en productie om de frequentie bij te regelen tot de nominale frequentie met een maximumtolerantie van de maximale frequentieafwijking in stationaire toestand. Elke TSB past de omstandigheden voor koppeling van belasting en productie toe zoals vastgesteld door de overeenkomstig artikel 29 benoemde frequentieleider.
3. Als een bottom-upspanningsherstelstrategie wordt toegepast, beheert elke TSO de aansluiting van belasting en productie om de frequentie bij te regelen tot de overeenkomstig artikel 28, lid 3, onder c), vastgestelde richtfrequentie.
4. Tijdens het spanningsherstel stelt de TSO, na raadpleging van de DSB's, de hoeveelheid nettoverbruik vast die op de distributienetwerken moet worden heraangesloten en maakt die bekend. Elke DSB sluit de meegedeelde hoeveelheid nettoverbruik opnieuw aan, waarbij hij de blokbelasting respecteert en rekening houdt met de automatische heraansluiting van belasting en productie op zijn netwerk.
5. Elke TSB informeert de aangrenzende TSB's over zijn geschiktheid om een top-downspanningsherstelstrategie te ondersteunen.
6. Voor de activering van een top-downspanningsherstelstrategie vraagt de TSB de aangrenzende TSB's om het spanningsherstel te ondersteunen. Die ondersteuning kan bestaan uit bijstand voor werkzaam vermogen, overeenkomstig de leden 3, 4 en 5 van artikel 21. De bevraagde TSB's verstrekken bijstand voor het spanningsherstel, behalve als dat zou leiden tot een nood- of black-outtoestand op hun systeem. In dat geval past de vragende TSB de bottom-upspanningsherstelstrategie toe.