Art. 6 Verordening (EU) 2017/1485, Goedkeuring van voorwaarden en methodologieën van de TSB's
1. Elke reguleringsinstantie keurt de voorwaarden of methodologieën goed die door TSB's overeenkomstig de leden 2 en 3 worden ontwikkeld. De door de lidstaat aangewezen entiteit keurt de voorwaarden of methodologieën goed die door de TSB's overeenkomstig lid 4 worden ontwikkeld. De aangewezen entiteit is de reguleringsinstantie tenzij anderszins beslist door de lidstaat.
2. De voorstellen voor de volgende voorwaarden of methodologieën, waarover een lidstaat advies kan uitbrengen aan de betrokken reguleringsinstantie, worden ter goedkeuring voorgelegd aan alle reguleringsinstanties van de Unie:
a) belangrijke organisatorische vereisten, rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van gegevensuitwisseling in verband met de operationele veiligheid overeenkomstig artikel 40, lid 6;
b) methodologie voor de ontwikkeling van de gemeenschappelijke netwerkmodellen overeenkomstig artikel 67, lid 1, en artikel 70;
c) methodologie voor de coördinatie van de operationeleveiligheidsanalyse overeenkomstig artikel 75.
3. De voorstellen voor de volgende voorwaarden of methodologieën, waarover een lidstaat advies kan uitbrengen aan de betrokken reguleringsinstantie, worden ter goedkeuring voorgelegd aan alle reguleringsinstanties van de betrokken regio:
a) methodologie voor elke synchrone zone voor de definitie van de minimale inertie overeenkomstig artikel 39, lid 3, onder b);
b) gemeenschappelijke bepalingen voor elke capaciteitsberekeningsregio voor de coördinatie van de regionale operationele veiligheid overeenkomstig artikel 76;
c) methodologie, in ieder geval per synchrone zone, voor de beoordeling van de relevantie van assets voor de coördinatie van niet-beschikbaarheden overeenkomstig artikel 84;
d) methodologieën, voorwaarden en waarden vervat in de operationele overeenkomsten van synchrone zones overeenkomstig artikel 118 met betrekking tot:
i) de frequentiekwaliteitsdefiniërende parameters en de frequentiekwaliteitsdoelparameter overeenkomstig artikel 127;
ii) de FCR-dimensioneringsregels overeenkomstig artikel 153;
iii) de aanvullende kenmerken van de FCR overeenkomstig artikel 154, lid 2;
iv) voor de synchrone zones GB en IE/NI, de maatregelen ter waarborging van herstel van de energiereservoirs overeenkomstig artikel 156, lid 6, onder b);
v) voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa, de minimale door FCR-leveranciers te waarborgen activeringsperiode overeenkomstig artikel 156, lid 10;
vi) voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa, de aannamen en methodologie voor een kosten-batenanalyse overeenkomstig artikel 156, lid 11;
vii) voor synchrone zones buiten CE en indien van toepassing, de grenswaarden voor de uitwisseling van FCR tussen TSB's overeenkomstig artikel 163, lid 2;
viii) voor de synchrone zones GB en IE/NI, de methodologie ter vaststelling van de minimale levering van reservecapaciteit in de vorm van FCR tussen synchrone zones, zoals gedefinieerd overeenkomstig artikel 174, lid 2, onder b);
ix) grenswaarden voor de uitwisseling van FRR tussen synchrone zones als bepaald in artikel 176, lid 1, en grenswaarden voor het delen van FRR tussen synchrone zones overeenkomstig artikel 177, lid 1;
x) grenswaarden voor de uitwisseling van RR tussen synchrone zones als bepaald in artikel 178, lid 1, en grenswaarden voor het delen van RR tussen synchrone zones als bepaald in artikel 179, lid 1;
e) methodologieën en voorwaarden vervat in de operationele overeenkomst van een LFC-blok overeenkomstig artikel 119 met betrekking tot:
i) regelbeperkingen voor het gegenereerde werkzame vermogen overeenkomstig artikel 137, leden 3 en 4;
ii) coördinatiemaatregelen waarmee wordt beoogd de FRCE terug te dringen als bepaald in artikel 152, lid 14;
iii) maatregelen waarmee de FRCE wordt teruggedrongen door middel van aanpassingen in de productie of het verbruik van werkzaam vermogen van elektriciteitsproductie-eenheden en verbruikersinstallaties overeenkomstig artikel 152, lid 16;
iv) de FRR-dimensioneringsregels overeenkomstig artikel 157, lid 1;
f) verbeteringsmaatregelen per synchrone zone of LFC-blok overeenkomstig artikel 138;
g) gemeenschappelijk voorstel per synchrone zone tot vaststelling van LFC-blokken overeenkomstig artikel 141, lid 2.
4. Tenzij de lidstaat anderszins bepaalt, is voor de volgende voorwaarden of methodologieën de afzonderlijke goedkeuring vereist van de overeenkomstig lid 1 door de lidstaat aangewezen entiteit:
a) voor de synchrone zones GB en IE/NI, het voorstel van elke TSB inzake het verbruiksverliesniveau waarbij het transmissiesysteem zich in de black-outtoestand bevindt;
b) het bereik van de gegevensuitwisseling met DSB's en significante netgebruikers overeenkomstig artikel 40, lid 5;
c) aanvullende vereisen voor FCR-leverende groepen overeenkomstig artikel 154, lid 3;
d) uitsluiting van FCR-leverende groepen van de levering van FCR overeenkomstig artikel 154, lid 4;
e) voor de synchrone zones CE en noordelijk Europa, het voorstel inzake de door FCR-leveranciers te waarborgen tussentijdse minimale activeringsperiode zoals voorgesteld door de TSB overeenkomstig artikel 156, lid 9;
f) technische vereisten voor FRR zoals opgesteld door de TSB overeenkomstig artikel 158, lid 3;
g) uitsluiting van FRR-leverende groepen van de levering van FRR overeenkomstig artikel 159, lid 7;
h) technische vereisten voor de aansluiting van RR-leverende eenheden en RR-leverende groepen zoals opgesteld door de TSB overeenkomstig artikel 161, lid 3, en
i) uitsluiting van RR-leverende groepen van de levering van RR overeenkomstig artikel 162, lid 6.
5. Wanneer een afzonderlijke relevante systeembeheerder of TSB krachtens deze verordening vereist of gemachtigd is om niet in lid 4 genoemde eisen te specificeren of overeen te komen, kunnen de lidstaten met betrekking tot deze eisen voorafgaande goedkeuring van de bevoegde reguleringsinstantie vereisen.
6. Het voorstel voor de voorwaarden of methodologieën omvat een voorgesteld tijdschema voor de tenuitvoerlegging ervan en een beschrijving van het verwachte effect ervan op de doelstellingen van deze verordening. Voorstellen betreffende voorwaarden of methodologieën die ter goedkeuring aan verschillende of aan alle reguleringsinstanties moeten worden voorgelegd, worden bij het Agentschap ingediend op hetzelfde tijdstip als dat van indiening bij de reguleringsinstanties. Op verzoek van de bevoegde reguleringsinstanties brengt het Agentschap binnen een termijn van drie maanden advies uit over de voorstellen voor voorwaarden of methodologieën.
7. Wanneer de vaststelling van de voorwaarden of methodologieën een besluit van meer dan één reguleringsinstantie vergt, raadplegen de bevoegde reguleringsinstanties elkaar en werken zij in nauw overleg samen met het oog op het bereiken van overeenstemming. Wanneer het Agentschap advies uitbrengt, dienen de bevoegde reguleringsinstanties dat advies in aanmerking te nemen. De reguleringsinstanties nemen besluiten betreffende de ingediende voorwaarden of methodologieën overeenkomstig de leden 2 en 3 binnen een termijn van zes maanden na de ontvangst van de voorwaarden of methodologieën door de reguleringsinstantie of, indien van toepassing, door de laatste betrokken reguleringsinstantie.
8. Wanneer de reguleringsinstanties niet binnen de in lid 7 bedoelde termijn tot overeenstemming zijn gekomen, of op hun gezamenlijk verzoek, stelt het Agentschap binnen een termijn van zes maanden een besluit vast betreffende de ingediende voorstellen voor voorwaarden of methodologieën, overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 713/2009.
9. Wanneer goedkeuring van de voorwaarden of methodologieën een besluit vereist van een afzonderlijke aangewezen entiteit overeenkomstig lid 4, neemt die aangewezen entiteit dat besluit binnen zes maanden na ontvangst van de voorwaarden of methodologieën.
10. Het staat iedere partij vrij om tegen een relevante systeembeheerder of TSB in verband met de uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen of besluiten van die systeembeheerder of TSB een klacht in te dienen bij de reguleringsinstantie die, handelend als geschillenbeslechtingsautoriteit, binnen twee maanden na ontvangst van de klacht een besluit neemt. Wanneer de reguleringsinstantie aanvullende informatie opvraagt, kan die termijn met nog eens twee maanden worden verlengd. Met de instemming van de indiener van de klacht kan die verlengingsperiode nogmaals worden verlengd. Het besluit van de reguleringsinstantie is bindend tenzij en totdat het in beroep wordt herroepen.