Art. 2 Verordening (EU) 2017/1485, Toepassingsgebied

Verordening (EU) 2017/1485

1. De voorschriften en vereisten in deze verordening zijn van toepassing op de volgende SNG's:

a) bestaande en nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden die overeenkomstig de criteria van artikel 5 van Verordening (EU) 2016/631 van de Commissie (3) als type B, C en D worden of zouden worden geclassificeerd;

b) bestaande en nieuwe transmissiegekoppelde verbruikersinstallaties;

c) bestaande en nieuwe transmissiegekoppelde gesloten distributiesystemen;

d) bestaande en nieuwe verbruikersinstallaties, gesloten distributiesystemen en derden indien zij de TSB rechtstreeks voorzien van vraagsturingsdiensten overeenkomstig de criteria van artikel 27 van Verordening (EU) 2016/1388 van de Commissie (4);

e) aanbieders van het redispatchen van elektriciteitsproductie-eenheden of verbruikersinstallaties door middel van aggregatie en aanbieders van de werkzaamvermogensreserve overeenkomstig titel 8 van deel IV van deze verordening, en

f) bestaande en nieuwe hoogspanningsgelijkstroomsystemen overeenkomstig de criteria in artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1447 van de Commissie (5).

2. Deze verordening is van toepassing op alle transmissiesystemen, distributiesystemen en interconnecties in de Unie en regionale veiligheidscoördinatoren, met uitzondering van transmissiesystemen en distributiesystemen, of onderdelen van transmissiesystemen of van distributiesystemen, op eilanden van lidstaten waarvan de systemen niet synchroon worden beheerd met de synchrone zone van continentaal Europa („CE”), Groot-Brittannië („GB”), noordelijk Europa, Ierland en Noord-Ierland („IE/NI”) of de Baltische staten.

3. Wanneer er in een lidstaat meer dan één TSB is, geldt deze verordening voor alle TSB's binnen die lidstaat. Wanneer de functie van een TSB niet relevant is voor één of meer verplichtingen krachtens deze verordening, kunnen de lidstaten, overeenkomstig hun nationaal reguleringsstelsel, bepalen dat de verantwoordelijkheid van een TSB om één, sommige of alle verplichtingen krachtens deze verordening in acht te nemen, wordt toegewezen aan één of meer specifieke TSB's.

4. De TSB's van Litouwen, Letland en Estland zijn vrijgesteld van de bepalingen in bijlage I bij deze verordening, zo lang en voor zover zij in een synchrone modus werken in een synchrone zone waarin niet alle landen aan de wetgeving van de Unie zijn onderworpen, tenzij anderszins voorzien in een samenwerkingsovereenkomst met TSB's in derde landen die als basis dient voor hun samenwerking met betrekking tot veilig systeembeheer overeenkomstig artikel 13.

5. Wanneer de in deze verordening bedoelde eisen moeten worden vastgesteld door een relevante systeembeheerder die geen TSB is, kunnen de lidstaten in plaats daarvan besluiten dat de relevante TSB verantwoordelijk is voor de vaststelling van de desbetreffende eisen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen