Art. 137, Algemene handhavingsverplichtingen van de bevoegde autoriteiten

1. Bij hun optreden overeenkomstig dit hoofdstuk verlenen de bevoegde autoriteiten voorrang aan acties die moeten worden ondernomen om risico's voor de gezondheid van mensen, dieren en planten, voor het dierenwelzijn of, wat ggo's en gewasbeschermingsmiddelen betreft, ook voor het milieu, weg te nemen of in te perken.

2. Wanneer niet-naleving wordt vermoed, doen de bevoegde autoriteiten onderzoek om dat vermoeden te bevestigen of weg te nemen.

3. Indien nodig omvatten de overeenkomstig lid 2 ondernomen acties:

a) de uitvoering van verscherpte officiële controles op dieren, goederen en exploitanten gedurende een passende periode;

b) de officiële inbewaringneming van dieren en goederen en niet-toegestane stoffen en producten, indien passend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen