CBb 18 oktober 2022, ECLI:NL:CBB:2022:709
Verzoek om handhavend op te treden ten aanzien van vijf transporten van varkens vanuit Nederland naar België. Uitgangspunt bij de beantwoording van de vraag of bij de vijf transporten sprake is van overtreding van de Transportverordening is het door de dierenartsen van de NVWA afgegeven certificaat voor intracommunautaire handel. Verweerder mag in beginsel uitgaan van de juistheid van deze verklaringen. Dat is alleen anders indien op grond van duidelijke, concrete en voldoende gedetailleerde bevindingen van een toezichthouder van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat bij een op de plaats van bestemming van de dieren uitgevoerde controle op de naleving van de Transportverordening, en eventuele andere beschikbare relevante gegevens, nadien moet worden vastgesteld dat die constatering niet houdbaar is. Met het oog op het zorgvuldigheidsvereiste moet verweerder onderzoeken of de door de dierenartsen van de Belgische autoriteit (de FAVV) in de informatieformulieren genoemde bevindingen duidelijk, concreet en voldoende gedetailleerd zijn en of aan eventuele beschikbare andere gegevens bewijs kan worden ontleend voor de vaststelling dat de dieren niet geschikt waren voor transport. Het College is, anders dan de minister, van oordeel dat de bevindingen van de dierenartsen van de FAVV die zijn neergelegd in de informatieformulieren betreffende vier van de vijf transporten grond bieden voor de conclusie dat sprake was van overtredingen van de Transportverordening. De minister heeft het verzoek om handhavend op te treden gelet hierop ten onrechte afgewezen. Het beroep is gegrond. De minister moet opnieuw beslissen op het bezwaar van appellante.
De uitspraak op rechtspraak.nl