CBb 1 september 2026, ECLI:NL:CBB:2026:414

Beroep tegen het besluit tot inbewaringneming van een partij vlees bij de onderneming is ongegrond. De staatssecretaris is op grond van artikel 137 van de Verordening 2017/625 overgegaan tot het in bewaring nemen van het vlees bij de onderneming vanwege het vermoeden van niet naleving van de hygiënevoorschriften. De staatssecretaris doet in het geval van zo’n vermoeden onderzoek om dat vermoeden te kunnen bevestigen of weg te nemen. Het College is van oordeel dat de staatssecretaris gelet op de bevindingen van de inspecteurs bevoegd was tot de officiële inbewaringneming. Het beroep tegen het besluit waarbij de onderneming is verplicht aangifte te doen van het vlees (ter vernietiging), is daarentegen gegrond. Het aangiftebesluit is voor de onderneming namelijk een belastend besluit. De staatssecretaris mag pas gebruikmaken van de bevoegdheden op grond van artikel 138 van Verordening 2017/625, waaronder het vernietigen van de goederen, als hij de niet-naleving van de hygiënevoorschriften heeft vastgesteld. Naar het oordeel van het College heeft de staatssecretaris de niet-naleving evenwel nooit (formeel) vastgesteld. Het bestreden besluit wordt vernietigd en het aangiftebesluit herroepen. Geen sprake van een strijd met de goede procesorde en geen sprake van détournement de pouvoir.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken