Art. 14, Medeplichtigheid, uitlokking en poging
1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat medeplichtigheid aan een van de in de artikelen 3 tot en met 8 en de artikelen 11 en 12 bedoelde misdrijven strafbaar is.
2. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat uitlokking van een van de in de artikelen 3 tot en met 12 bedoelde misdrijven strafbaar is.
3. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat poging tot het plegen van een van de in de artikelen 3, 6, 7, artikel 9, lid 1, artikel 9, lid 2, onder a), en de artikelen 11 en 12 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 3, lid 1, onder f), bedoelde bezit en het in artikel 3, lid 1, onder j), bedoelde misdrijf, strafbaar is.