Art. 14 Verordening (EU) 2016/2336, Intrekking van vismachtigingen
Onverminderd artikel 7, lid 4, en artikel 92 van Verordening (EG) nr. 1224/2009, worden, overeenkomstig artikel 90, lid 1, van die verordening, de in artikel 5, leden 1 en 3, van deze verordening bedoelde vismachtigingen in de volgende gevallen voor de duur van ten minste twee maanden ingetrokken:
a) het niet voldoen aan de in de vismachtiging vastgestelde voorwaarden met betrekking tot de beperkingen voor het gebruik van bepaalde soorten vistuig, toegestane visgebieden of vangstbeperkingen ten aanzien van de soorten waarop gericht mag worden gevist, of
b) het niet aan boord nemen van een wetenschappelijk waarnemer of het niet toestaan van het nemen van monsters voor wetenschappelijke doeleinden, zoals gespecificeerd in artikel 16 van deze verordening.