Art. 16 Verordening (EU) 2016/2336, Waarnemerstoezicht

Verordening (EU) 2016/2336

1. De lidstaten stellen een programma voor waarnemerstoezicht vast om ervoor te zorgen dat er relevante, actuele en accurate gegevens worden vergaard over vangsten en bijvangsten van diepzeesoorten en aangetroffen VME's, alsmede andere informatie die relevant is voor de effectieve uitvoering van deze verordening. Vaartuigen die bodemtrawls of geankerde kieuwnetten gebruiken en een machtiging voor het vissen op diepzeesoorten hebben, zijn onderworpen aan ten minste 20 % waarnemerstoezicht, met uitzondering van vaartuigen die om veiligheidsredenen geen waarnemer aan boord kunnen nemen. Alle andere vaartuigen die een machtiging voor het vissen op diepzeesoorten hebben, zijn onderworpen aan ten minste 10 % waarnemerstoezicht, met uitzondering van vaartuigen die om veiligheidsredenen geen waarnemer aan boord kunnen nemen.

2. Wanneer een exploitant door zijn lidstaat is verzocht een waarnemer aan boord van zijn vaartuig te nemen, belet de afwezigheid van een waarnemer om buiten de macht van de exploitant liggende redenen dat vaartuig niet om de haven te verlaten.

3. Vóór 1 januari 2018 zal de Commissie wetenschappelijk advies op basis van de uit hoofde van deze verordening verzamelde gegevens hebben ingewonnen over de vraag of het in lid 1 van dit artikel bedoelde waarnemerstoezicht voldoende is om de doelstellingen van artikel 1 te verwezenlijken, met name het voorkomen van aanzienlijke nadelige gevolgen voor VME's in het kader van de diepzeevisserij, en of het waarnemerstoezicht moet worden aangepast op basis van een geactualiseerde steekproefmethode. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad onverwijld in kennis van de resultaten van het ingewonnen wetenschappelijk advies.

4. Wanneer de Commissie op grond van het in lid 3 bedoelde wetenschappelijk advies van oordeel is dat de in lid 1 vermelde percentages waarnemerstoezicht aangepast moeten worden, kan de Commissie bij wijze van urgentie een voorstel indienen voor de herziening van die percentages.

5. In afwijking van artikel 2 is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de visserij op diepzeesoorten door vaartuigen die bodemtrawls of geankerde kieuwnetten gebruiken in het gereglementeerde gebied van de NEAFC.

Vorige artikelen

Volgende artikelen