Art. 65, Officieel register van professionele marktdeelnemers
1. De bevoegde autoriteit houdt een register bij van de volgende professionele marktdeelnemers die actief zijn op het grondgebied van de betrokken lidstaat:
a) professionele marktdeelnemers die planten, plantaardige producten en andere materialen binnenbrengen in of verplaatsen binnen de Unie waarvoor op grond van de krachtens artikel 72, lid 1, artikel 73, artikel 74, lid 1, artikel 79, lid 1, en artikel 80, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen een fytosanitair certificaat of plantenpaspoort is vereist;
b) professionele marktdeelnemers die overeenkomstig artikel 89 gemachtigd zijn om plantenpaspoorten af te geven;
c) professionele marktdeelnemers die de bevoegde autoriteit verzoeken om de in de artikelen 100, 101 en 102 bedoelde certificaten af te geven;
d) professionele marktdeelnemers die gemachtigd zijn om de in artikel 98 bedoelde merktekens aan te brengen, de in artikel 99 bedoelde verklaringen af te geven, overeenkomstig de artikelen 45 of 55 informatie te verstrekken, overeenkomstig artikel 46, lid 1, of artikel 56 planten, plantaardige producten of andere materialen in grensgebieden binnen te brengen, of wier activiteiten betrekking hebben op de planten in kwestie in afgebakende gebieden, tenzij die exploitanten zijn opgenomen in een ander officieel register dat toegankelijk is voor de bevoegde autoriteiten; en
e) andere professionele marktdeelnemers dan de in deze alinea, onder a) tot en met d), bedoelde, indien dat op grond van een krachtens artikel 28, lid 1, artikel 30, lid 1, artikel 41, lid 2, artikel 49, lid 1, artikel 53, lid 1, en artikel 54, lid 2, vastgestelde uitvoeringshandeling is vereist.
De lidstaten kunnen bepalen dat er nog meer categorieën telers of andere professionele marktdeelnemers geregistreerd worden, indien dat gerechtvaardigd is door het risico op een plaagorganisme bij de planten die zij telen, of bij een van hun andere activiteiten.
2. Een professionele marktdeelnemer kan slechts één keer worden ingeschreven in het register van een bevoegde autoriteit. In voorkomend geval geschiedt die inschrijving met uitdrukkelijke vermelding van elk van de verschillende bedrijfsruimten in de zin van artikel 66, lid 2, onder d).
3. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op een professionele marktdeelnemer die in een of meer van de volgende categorieën valt:
a) hij levert exclusief en rechtstreeks aan eindgebruikers planten, plantaardige producten en andere materialen in kleine hoeveelheden anders dan via verkoop door middel van op afstand gesloten overeenkomsten;
b) hij levert exclusief en rechtstreeks aan eindgebruikers kleine hoeveelheden zaden, niet zijnde zaden die onder artikel 72 vallen;
c) zijn professionele werkzaamheden betreffende planten, plantaardige producten en andere materialen beperken zich tot het vervoer ervan voor een andere professionele marktdeelnemer;
d) zijn professionele werkzaamheden betreffen uitsluitend het vervoer van allerhande voorwerpen waarvoor houten verpakkingsmateriaal wordt gebruikt.
De lidstaten kunnen bepalen dat de in de eerste alinea, onder a), bedoelde uitzondering niet geldt voor alle of bepaalde telers of andere professionele marktdeelnemers, indien dat gerechtvaardigd is door het risico op een plaagorganisme bij de planten die zij telen of waarop een van hun andere activiteiten betrekking heeft.
4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 105 gedelegeerde handelingen vast te stellen betreffende een of meer van wat volgt:
a) de wijziging van deze verordening door toevoeging van andere categorieën professionele marktdeelnemers die moeten worden vrijgesteld van de toepassing van lid 1 van dit artikel, wanneer registratie administratieve lasten voor hen zou meebrengen die niet in verhouding staan tot het aan hun professionele werkzaamheden verbonden lage risico op een plaagorganisme;
b) de aanvulling van deze verordening door vastlegging van bepaalde voorschriften voor de registratie van bepaalde categorieën professionele marktdeelnemers, waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de werkzaamheid of van de plant, het plantaardig product of het andere materiaal in kwestie;
c) de aanvulling van deze verordening door vastlegging van de bovengrenzen voor de kleine hoeveelheden bepaalde planten, plantaardige producten of andere materialen zoals bedoeld in lid 3, eerste alinea, onder a). Die bovengrenzen worden vastgesteld in verhouding tot de planten, plantaardige producten en andere materialen in kwestie en tot de respectieve risico's op plaagorganismen.