Art. 62 Verordening (EU) 2016/2031, Werking van quarantainestations en gesloten faciliteiten

Verordening (EU) 2016/2031

1. De voor het quarantainestation of de gesloten faciliteit verantwoordelijke persoon controleert het station of de faciliteit en de directe omgeving daarvan op de onbedoelde aanwezigheid van EU-quarantaineorganismen en plaagorganismen waarop op grond van artikel 30, lid 1, genomen maatregelen van toepassing zijn.

2. Wanneer de onbedoelde aanwezigheid van een in lid 1 bedoeld plaagorganisme wordt vastgesteld of vermoed, neemt de voor het betrokken quarantainestation of de betrokken gesloten faciliteit verantwoordelijke persoon passende maatregelen op basis van het in artikel 61, lid 1, onder e), bedoelde noodplan. De in artikel 14 vastgestelde verplichtingen voor professionele marktdeelnemers zijn van overeenkomstige toepassing op de voor het quarantainestation of de gesloten faciliteit verantwoordelijke persoon.

3. De voor het quarantainestation of de gesloten faciliteit verantwoordelijke persoon houdt gegevens bij over:

a) het personeelsbestand;

b) de bezoekers die toegang hebben tot het station of de faciliteit;

c) de plaagorganismen, planten, plantaardige producten en andere materialen die in het station of de faciliteit worden gebracht en die het station of de faciliteit verlaten;

d) de plaats van oorsprong van deze planten, plantaardige producten en andere materialen; en

e) opmerkingen over de aanwezigheid van plaagorganismen op deze planten, plantaardige producten en andere materialen in het quarantainestation of de gesloten faciliteit en de directe omgeving daarvan.

Deze gegevens worden gedurende drie jaar bewaard.