Art. 63 Verordening (EU) 2016/2031, Toezicht op quarantainestations en gesloten faciliteiten en intrekking van aanwijzing

Verordening (EU) 2016/2031

1. De bevoegde autoriteit voert op gezette tijden inspecties uit bij de quarantainestations en gesloten faciliteiten, teneinde na te gaan of zij voldoen aan de voorschriften van artikel 61 en de werkingsvoorwaarden van artikel 62.

Zij bepaalt de frequentie van deze inspecties volgens het aan de werking van de quarantainestations of gesloten faciliteiten gerelateerde risico op plaagorganismen.

2. Op basis van de in lid 1 bedoelde inspectie kan de bevoegde autoriteit van de voor het quarantainestation of de gesloten faciliteit verantwoordelijke persoon vereisen dat hij, onmiddellijk of binnen een bepaalde termijn, corrigerende maatregelen neemt om de naleving van de artikelen 61 en 62 te waarborgen.

Wanneer de bevoegde autoriteit concludeert dat het quarantainestation of de gesloten faciliteit of de persoon die daarvoor verantwoordelijk is niet aan de artikelen 61 en 62 voldoet, neemt die autoriteit onmiddellijk de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de niet-naleving van die bepalingen wordt beëindigd. Die maatregelen kunnen de intrekking of schorsing van de in artikel 60, lid 1, bedoelde aanwijzing omvatten.

3. Wanneer de bevoegde autoriteit overeenkomstig lid 2 van dit artikel andere maatregelen dan de intrekking van de in artikel 60, lid 1, bedoelde aanwijzing heeft genomen en de niet-naleving van de artikelen 61 en 62 toch voortduurt, trekt die autoriteit die aanwijzing onmiddellijk in.