Art. 41 Verordening (EU) 2016/2031, Planten, plantaardige producten en andere materialen waarvoor bijzondere en gelijkwaardige voorschriften gelden

Verordening (EU) 2016/2031

1. Bepaalde planten, plantaardige producten of andere materialen mogen alleen worden binnengebracht in of in het verkeer zijn binnen het grondgebied van de Unie indien is voldaan aan bijzondere of gelijkwaardige voorschriften. Deze planten, plantaardige producten of andere materialen kunnen van oorsprong zijn uit derde landen of het grondgebied van de Unie.

2. De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling een lijst vast van planten, plantaardige producten en andere materialen en de desbetrefende bijzondere voorschriften als bedoeld in lid 1. Deze lijst bevat in voorkomend geval de betrokken derde landen, de groepen derde landen of de specifieke gebieden binnen de derde landen.

In de eerste van deze uitvoeringshandelingen worden de planten, plantaardige producten en andere materialen, de bijzondere voorschriften en, in voorkomend geval, hun derde landen van oorsprong opgenomen die zijn vermeld in bijlage IV, deel A, bij Richtlijn 2000/29/EG.

Deze uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

In de bij deze uitvoeringshandelingen vastgestelde lijst worden die planten, plantaardige producten en andere materialen ook aangeduid met hun GN-code, indien deze beschikbaar is. Daarnaast worden andere bij Uniewetgeving vastgestelde codes vermeld indien deze de toepasselijke GN-code voor een specifieke plant of voor een specifiek plantaardig product of ander materiaal nader specificeren.

3. Wanneer, door de kans dat er een EU-quarantaineorganisme in of op aanwezig is, een plant, plantaardig product of ander materiaal een onaanvaardbaar risico op plaagorganismen oplevert en dit risico door toepassing van één of meer van de maatregelen genoemd in bijlage II, deel 1, punten 2 en 3, tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht, wijzigt de Commissie de in lid 2 bedoelde uitvoeringshandeling om daarin die plant, dat plantaardig product of dat andere materiaal en de daarop toe te passen maatregelen op te nemen. Deze maatregelen en de in lid 2 bedoelde voorschriften, vormen „bijzondere voorschriften”.

De in de eerste alinea bedoelde maatregelen kunnen worden genomen in de vorm van specifieke, overeenkomstig artikel 44, lid 1, vastgestelde voorschriften voor het binnenbrengen van bepaalde planten, plantaardige producten of andere materialen op het grondgebied van de Unie, die gelijkwaardig zijn aan bijzondere voorschriften voor het binnenbrengen en het verkeer binnen het grondgebied van de Unie van die planten, plantaardige producten of andere materialen („gelijkwaardige voorschriften”).

Wanneer een in die uitvoeringshandeling opgenomen plant, plantaardig product of ander materiaal geen onaanvaardbaar risico op plaagorganismen oplevert of weliswaar een dergelijk risico oplevert, maar dit risico door de bijzondere voorschriften niet tot een aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht, wijzigt de Commissie die uitvoeringshandeling dienovereenkomstig door die plant of dat plantaardig product of ander materiaal van de lijst te schrappen of op te nemen in de in artikel 40, lid 2, bedoelde lijst.

De mate waarin dit risico op plaagorganismen aanvaardbaar is, wordt beoordeeld overeenkomstig de in deel 2 van bijlage II vermelde beginselen, in voorkomend geval ten aanzien van een of meer specifieke derde landen of delen daarvan.

Deze wijzigingen worden volgens de in artikel 107, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met het aanpakken van een ernstig risico van plaagorganismen, stelt de Commissie volgens de in artikel 107, lid 3, bedoelde procedure onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen vast.

4. Wanneer in strijd met lid 1 planten, plantaardige producten of andere materialen op het grondgebied van de Unie zijn binnengebracht of daarbinnen in het verkeer zijn, stellen de lidstaten de in de wetgeving van de Unie betreffende officiële controles bedoelde noodzakelijke maatregelen vast, en stellen zij de Commissie en de overige lidstaten via het in artikel 103 bedoelde elektronisch kennisgevingssysteem ervan in kennis.

In voorkomend geval wordt die kennisgeving ook gericht aan het derde land waaruit de planten, plantaardige producten of andere materialen op het grondgebied van de Unie werden binnengebracht.