Art. 77 Verordening (EU) 2016/1624, Fraudebestrijding
1. Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten zijn de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 onverminderd van toepassing. Het Agentschap treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en stelt op basis van het model in de bijlage bij dat akkoord onmiddellijk passende regels op die op alle personeelsleden van het Agentschap van toepassing zijn.
2. De Rekenkamer is bevoegd om audits te verrichten, op basis van documenten en inspecties ter plaatse, bij alle begunstigden, contractanten en subcontractanten die van het Agentschap middelen van de Unie hebben ontvangen.
3. OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad (39) onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een subsidieovereenkomst of een subsidiebesluit of een door het Agentschap gefinancierde overeenkomst.
4. Onverminderd de leden 1, 2 en 3 bevatten samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en met internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Agentschap bepalingen die de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten.