Art. 75 Verordening (EU) 2016/1624, Begroting

Verordening (EU) 2016/1624

1. De ontvangsten van het Agentschap bestaan, onverminderd andere ontvangsten, uit:

a) een in de algemene begroting van de Europese Unie (afdeling Commissie) opgevoerde subsidie van de Unie;

b) een bijdrage van de landen die betrokken zijn bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, als vastgelegd in de respectieve regelingen ter specificering van hun financiële bijdrage;

c) financiering van de Unie in de vorm van delegatieovereenkomsten of ad hoc-subsidies in overeenstemming met de in artikel 79 bedoelde financiële regeling van het Agentschap en met de bepalingen van de relevante instrumenten ter ondersteuning van het beleid van de Unie;

d) vergoedingen voor geleverde diensten;

e) eventuele vrijwillige bijdragen van de lidstaten.

2. De uitgaven van het Agentschap bestaan uit administratieve, infrastructuur- en operationele en personele kosten.

3. De uitvoerend directeur stelt een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar, waarin een personeelsformatie is opgenomen, en zendt deze toe aan de raad van bestuur.

4. De ontvangsten en uitgaven zijn in evenwicht.

5. De raad van bestuur keurt op basis van de door de uitvoerend directeur opgestelde ontwerpraming een voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap goed, met inbegrip van de voorlopige personeelsformatie. De raad van bestuur zendt deze samen met het ontwerp voor een enkelvoudig programmeringsdocument uiterlijk 31 januari toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.

6. De raad van bestuur zendt de definitieve ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap, met inbegrip van de voorlopige personeelsformatie, samen met het voorlopige werkprogramma uiterlijk 31 maart toe aan de Commissie.

7. De raming wordt samen met het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie ingediend bij de begrotingsautoriteit.

8. Op basis van deze raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting op in het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU voorlegt aan de begrotingsautoriteit.

9. De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de subsidie ten behoeve van het Agentschap goed.

De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het Agentschap vast.

10. De raad van bestuur stelt de begroting van het Agentschap vast. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. De begroting wordt zo nodig dienovereenkomstig aangepast.

11. Voor elke wijziging van de begroting, met inbegrip van de personeelsformatie, wordt dezelfde procedure gevolgd.

12. Op bouwprojecten die aanzienlijke gevolgen kunnen hebben voor de begroting van het Agentschap, zijn de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 1271/2013 van de Commissie (37) van toepassing.

13. Met het oog op de financiering van de inzet van snelle grensinterventies en terugkeerinterventies behelst de door de raad van bestuur goedgekeurde begroting van het Agentschap een financiële operationele reserve van ten minste 4 % van de toewijzing voor de operationele activiteiten. Op 1 oktober van elk jaar zou ten minste een vierde van de reserve nog aanwezig moeten zijn om de behoeften te dekken die tot het einde van het jaar ontstaan.

Vorige artikelen

Volgende artikelen